VAKnieuws

Ga terug naar het VAKnieuws overzicht

Geen noodzaak voor beëindiging gezag

Nr: 26032 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-03-2026 ECLI:NL:GHARL:2026:1264 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Jeugdrecht
Gezag en omgang
1:266 en 1:267 BW

Rechtsvraag

Is er een grond voor de beëindiging van het gezag van de moeder?

Overweging

De minderjarige is onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. Hij woont in een gezinshuis, maar verbljft in de weekende en vakanties bij de moeder. De GI heeft in eerste aanleg de beëindiging van het gezag van de moeder verzocht, en verzocht de GI te belasten met de voogdij over de minderjarige. De rechtbank heeft dit toegewezen. De raad was het destijds niet eens met het verzoek van de GI, maar in hoger beroep vindt de raad dat de rechtbank een juiste beslissing heeft genomen. 

Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank. De moeder draagt nog steeds een groot deel van de zorg over de minderjarige, accepteert dat de minderjarige in het gezinshuis woont en werkt goed samen met de gezinshuisouder. Een beëindiging van het gezag vormt een grote inbreuk op de rechten en plichten van de moeder en de belangen van de minderjarige. Op grond van de huidige omstandigheden is het hof van oordeel dat een beëindiging van het gezag van de moeder geen recht doet aan de feitelijke situatie en dat van de noodzaak voor een dergelijke maatregel onvoldoende is gebleken. 

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder