VAKnieuws
Screening pleeggezinRechtsvraagVraag 1 Is het, gelet op het in de tussenbeschikking van 16 juli 2024 ten aanzien van het toepasselijke verdragsrecht en het wettelijk kader overwogene, mogelijk om een kind toch in een pleeggezin te plaatsen als geen pleegzorgscreening heeft plaatsgevonden, die screening niet positief is of wanneer de pleegzorgaanbieder tot de slotsom komt dat de plaatsing grote veiligheidsrisico's voor een kind met zich brengt en daarom geen verantwoordelijkheid voor die plaatsing wil dragen? Vraag 2 De rechter constateert dat in de huidige voogdijregeling een effectief rechtsmiddel om geschillen over de uitvoering van de voogdij aan de rechter voor te leggen, ontbreekt. Moet in geval van een zodanig geschil de rechter naar analogie art. 1:253a dan wel 1:377a BW toepassen, of is sprake van een zodanig hiaat in de huidige voogdijregeling dat dit de rechtsvormende taak van de rechter overstijgt en de wetgever in dit hiaat moet voorzien? OverwegingBeantwoording vraag 1: De Hoge Raad oordeelt kort gezegd dat een negatieve uitkomst van de screening van het pleeggezin door de pleegzorgaanbieder niet als zodanig in de weg staat aan plaatsing van het kind bij dat gezin. De uitkomst van de screening zal voor de gecertificeerde instelling bij de bepaling van de verblijfplaats van het kind en voor de rechter bij het beslissen op het verzoek tot het verlenen of verlengen van een machtiging uithuisplaatsing wel een rol spelen maar ook andere informatie kan een rol spelen. De GI en de rechter moeten de veiligheid van het kind voorop stellen. Beantwoording vraag 2: De wet biedt voor de ouders zonder gezag geen regeling met betrekking tot geschillen over de uitvoering van de voogdij. Dat is geen hiaat in de wet waar de rechter in zou moeten voorzien.
Cursussen binnenkort: |
|
X-registratieRechtsvraagDe rechtbank Noord-Nederland heeft prejudiciële vragen gesteld over de mogelijkheid van wijziging en/of aanvulling van de geslachtsregistratie naar een non-binaire geslachtsregistratie, onder verwijzing naar de eerdere prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 4 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:336). OverwegingWederom ziet de Hoge Raad af van beantwoording van de prejudiciële vragen, omdat er nog geen wetgeving over non-binaire en/of geslachtsneutrale geslachtsregistratie bestaat en de Hoge Raad in de ontwikkelingen sinds de prejudiciële beslissing van 4 maart 2022 geen aanleiding ziet om nu anders te beslissen. Cursussen binnenkort:Al onze cursussenCentrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise. Bekijken |
|
Gezamenlijk gezag gelijktijdig met vervangende toestemming erkenningRechtsvraagKan de rechter bij de verlening van vervangende toestemming tot erkenning van een kind, gelijktijdig het gezamenlijk gezag over dat kind toekennen? OverwegingHet hof heeft aan de man vervangende toestemming verleend tot erkenning van het kind, en daarbij direct ook onder opschortende voorwaarde van inschrijving van die erkenning in de registers van de burgerlijke stand, bepaald dat de man samen met de moeder van het kind het ouderlijk gezag zal uitoefenen. De moeder klaagt in cassatie dat het hof niet had kunnen beslissen over het gezag, omdat op grond van artikel 1:253c lid 1 BW een verzoek tot toekenning van al dan niet gezamenlijk gezag over een kind alleen kan worden gedaan door de tot het gezag bevoegde ouder van het kind. De moeder betoogt dat zolang het kind niet is erkend, er geen tot gezag bevoegde ouder is, en het verzoek tot toekenning van al dan niet gezamenlijk gezag niet kan worden gedaan en niet inhoudelijk kan worden behandeld. De Hoge Raad oordeelt dat de wet er niet aan in de weg staat dat een ouder die vervangende toestemming tot erkenning verzoekt, gelijktijdig een verzoek doet over het ouderlijk gezag. De rechter zal wel eerst het verzoek betreffende de erkenning moeten beoordelen. Daarnaast moet bij toewijzing van beide verzoeken voorkomen worden dat er gezamenlijk gezag tot stand komt terwijl de erkenning niet daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Dat kan door de vervangende toestemming tot erkenning in een tu ssenbeschikking toe te wijzen, of zoals het hof heeft gedaan met een opschortende voorwaarde. Cursussen binnenkort: |
|
Betrokkene gehoord in onjuiste taalRechtsvraagVoldoet het onderzoek van de psychiater aan de wettelijke maatstaven? OverwegingUit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt, mede gelet op art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM, dat geen zorgmachtiging mag worden verleend indien de medische verklaring die ten grondslag ligt aan het daartoe strekkende verzoek niet voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen. De rechtbank moet ambtshalve onderzoeken of aan de wettelijke vereisten is voldaan. De psychiater heeft betrokkene tijdens het onderzoek laten bijstaan door een Somalische tolk. Betrokkene zou daar zelf om gevraagd hebben. Betrokkene spreekt echter Dari en komt niet uit Somalië. Daardoor staat onvoldoende vast of betrokkene is gehoord in een taal die hij begrijpt. De Hoge Raad vernietigt de beschikking. |
|
Motiveringsplicht Wvggz zakenRechtsvraagMoet een kortdurende verlenging, onder aanhouding van de beslissing voor het overige uitgebreid worden gemotiveerd? OverwegingDe Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank bij het verlen(g)en van een machtiging tot verplichte zorg altijd moet motiveren dat voor de vormen van verplichte zorg waarvoor de machtiging wordt verleend, is voldaan aan de criteria voor en het doel van verplichte zorg. Daarbij geldt dat de rechter mag volstaan met een verwijzing naar de medische verklaring en de overige aan het verzoek ten grondslag liggende stukken indien daaruit voldoende duidelijk blijkt dat is voldaan aan de criteria voor en het doel van de verplichte zorg. Dit geldt ook als de machtiging slechts voor korte duur wordt verlengd onder aanhouding van de beslissing over de verdere verzochte duur. |
|
Wvggz: opstellen eigen plan van aanpakRechtsvraagIs de officier van justitie niet-ontvankelijk als hij de betrokkene niet in de gelegenheid heeft gesteld een eigen plan van aanpak te maken? En is een medische verklaring vereist indien de rechter de betrokkene in de gelegenheid stelt een eigen plan van aanpak te maken? OverwegingDe Hoge Raad oordeelt dat het feit dat de officier van justitie de betrokkene niet voor het indienen van het verzoek in de gelegenheid heeft gesteld een eigen plan van aanpak te maken en zich daarbij te laten bijstaan door familieleden, niet leidt tot niet-ontvankelijk. De Wvggz verbindt geen sanctie aan het niet voldoen aan deze informatieplicht uit artikel 5:4 lid 2, aanhef en onder a respectievelijk c, Wvggz. In casu heeft betrokkene alsnog zelf een plan van aanpak ingediend. Een dergelijk geval moet op één lijn worden gesteld met het in art. 6:2 lid 3 Wvggz bedoelde geval waarin de rechter de betrokkene in de gelegenheid stelt zelf een plan van aanpak op te stellen. Op grond van artikel 5:8 Wvggz moet dan een nieuwe medische verklaring van een onafhankelijke psychiater worden opgesteld ter beoordeling van het plan van aanpak. Dat is in casu niet gebeurd. De verklaringen van de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige en de casemanager ter zitting volstaan daartoe niet. De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank. |
|
Termijn inkorten sommenverzekeringRechtsvraagIs tijdig een beroep gedaan op vermindering van begunstiging bij een sommenverzekering ex 4:127 BW? En naar welk moment moet worden beoordeeld of de aanwijzing van een begunstigde bij een levensverzekering wordt aangemerkt als een gift ex 4:126 BW? OverwegingDe Hoge Raad overweegt dat nergens uit de wet volgt dat de aanspraak op vermindering van een begunstiging binnen drie jaar moet geschieden door middel van het instellen van een vordering in rechte. Er aanspraak op maken buiten rechte is voldoende. De Hoge Raad overweegt dat moet worden beoordeeld of er sprake is van een gift niet per definitie moet worden gekeken naar het moment van overlijden van de erflater maar met inachtneming van alle relevante feiten en omstandigheden, ook voor zover die zich hebben voorgedaan vóór het tijdstip waarop de begunstigde aanspraak heeft of kan maken op de prestatie. Cursussen binnenkort: |
|
Toetsing gezagherstel gedupeerde toeslagenaffaireRechtsvraagHeeft het hof artikel 1:277 BW onjuist toegepast door niet mee te wegen dat de moeder erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire is? OverwegingHet onderdeel gaat terecht ervan uit dat de rechter bij beslissingen op de voet van art. 1:277 BW alle relevante omstandigheden in aanmerking dient te nemen. Met zijn overweging dat de vraag of een ouder in het gezag kan worden hersteld ‘als eerste’ moet worden beoordeeld naar de maatstaven van art. 1:277 lid 1 BW, heeft het hof dit niet miskend, maar heeft het – terecht – tot uitdrukking gebracht dat toewijzing slechts mogelijk is als dit in het belang van de minderjarige is. Daaraan doet niet af de mogelijkheid dat bij eerdere beslissingen over het gezag van de moeder en de omgang met de minderjarige fouten zijn gemaakt. Ook doet daaraan niet af dat de rechter bij de beoordeling van de voor zijn beslissing relevante omstandigheden op zichzelf niet gebonden is aan oordelen in eerdere beslissingen omtrent die omstandigheden. Dit een en ander brengt immers niet mee dat bij de beoordeling of toewijzing van het verzoek in het belang van de minderjarige is – een beoordeling op basis van de omstandigheden op het moment van de beslissing en met het oog in de eerste plaats gericht op de toekomst –, voorbijgegaan kan worden aan de zorgelijke situatie van de minderjarige en haar verzwaarde opvoedbehoefte. Cursussen binnenkort: |
|
Echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel geen belanghebbende bij machtiging op grond van de WzdRechtsvraagIs de echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de betrokkene belanghebbende in de procedure? OverwegingDe Hoge Raad overweegt dat de wet bepaalt dat de rechter zich, alvorens te beslissen over een verzoek tot het verlenen van een machtiging in de zin van de Wzd, waar mogelijk moet laten informeren door de echtgenoot, de geregistreerd partner of andere levensgezel en dat de griffier ook de beschikking moet sturen aan de echtgenoot, de geregistreerd partner of andere levensgezel. Dat betekent volgens de Hoge Raad niet dat de echtgenoot, de geregistreerd partner of andere levensgezel een belanghebbende is in de procedure en een eigen verweerschrift mag indienen. De Hoge Raad ziet in de wet noch in de parlementaire geschiedenis een aanknopingspunt op grond waarvan de echtgenoot, de geregistreerd partner of andere levensgezel moet worden aangemerkt als belanghebbende. Het EVRM biedt ook geen grondslag. Cursussen binnenkort: |
|
Machtiging tot opname en verblijfRechtsvraagWat is een psychische stoornis in de zin van artikel 24 lid 4 Wzd? OverwegingDe rechtbank heeft een machtiging tot opname en verblijf verleend voor zes maanden, ten aanzien van betrokkene. De rechtbank heeft overwogen dat er sprake is van een terugkerende alcoholverslaving en emotionele problemen, maar heeft niet kunnen vaststellen dat er sprake is van Korsakov. Volgens de rechtbank is er voldoende grond om een machtiging te verlenen op de grond dat er sprake is van een psychische aandoening in plaats van een psychogeriatrische aandoening in de zin van artikel 24 lid 4 Wzd. De Hoge Raad vernietigt de beschikking. DeHoge Raad overweegt dat u it de toelichting op het amendement waarmee art. 24 lid 4 Wzd is opgenomen in de wet , blijkt dat deze bepaling beoogt mogelijk te maken dat een betrokkene bij een wisselende zorgbehoefte kan ‘overstappen’ van de geestelijke gezondheidszorg naar de ouderenzorg of gehandicaptenzorg, zodat aan de betrokkene de juiste zorg op de juiste plek kan worden verleend. Op grond van deze bepaling kan een betrokkene met een psychische stoornis onvrijwillig worden opgenomen in een Wzd-accommodatie, in plaats van in een Wvggz-accommodatie, indien zijn zorgbehoefte daartoe aanleiding geeft. Gelet op deze toelichting moet worden aangenomen dat met ‘psychische stoornis’ in art. 24 lid 4 Wzd een psychische stoornis in de zin van de Wvggz is bedoeld. Er moet om tot toepassing van de Wvggz te komen sprake zijn van een psychische stoornis van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat de betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. |
|
Belang van het kind niet altijd doorslaggevendRechtsvraagMag de moeder het kind laten opvangen door familieleden die lid zijn van de Scientology kerk? OverwegingHet hof neemt in zijn overweging mee dat partijen in eerste aanleg met elkaar zijn overeengekomen dat de moeder het kind niet zal laten opvangen door leden van de Scientology kerk, en dat daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Het hof wijst het verzoek van de moeder om te bepalen dat de moeder het kind wel mag laten opvangen door familieleden die tevens lid zijn van de Scientology kerk, af. De Hoge Raad vernietigt deze beslissing. Het hof heeft in het oordeel dat partijen geen bezwaren hebben geuit tegen de gemaakte afspraak dat het kind niet door leden van de scientology kerk wordt opgevangen, geen blijk gegeven van de door de moeder in hoger beroep aangevoerde bezwaren tegen de weergave van de gemaakte afspraak in eerste aanleg. Daarnaast overweegt de Hoge Raad dat op grond van artikel 1:253a BW bij geschillen over de gezagsuitoefening het belang van het kind wellicht zwaarwegend is, maar niet per definitie doorslaggevend. Het hof had ook aandacht moeten besteden aan het belang van de moeder om het kind kosteloos te kunnen laten opvangen door familieleden. Zeker gelet op het feit dat de vader financieel niets bijdraagt en ver weg is verhuisd, waardoor het grootste deel van de zorg op de moeder aankomt en de vader het kind ook niet meer kan opvangen. Cursussen binnenkort: |
|
Zorgmachtiging verlengen kan enkel voor het verstrijken van de lopende machtigingRechtsvraagKan de zorgmachtiging met 12 maanden worden verlengd, terwijl de mondelinge behandeling (na aanhouding) plaatsvind na het verlopen van de eerste machtiging? OverwegingNee, dat kan niet. In deze zaak heeft de officier van justitie verlenging van de zorgmachtiging van 12 maanden verzocht. Tijdens de mondelinge behandeling is betrokkene niet verschenen. De rechtbank heeft de mondelinge behandeling aangehouden om betrokkene de kans te geven zijn standpunt kenbaar te maken. De volgende mondelinge behandeling vindt plaats nadat de eerste machtiging is verlopen. De rechtbank verlengt vervolgens de machtiging met twaalf maanden. De Hoge Raad vernietigt de beslissing. In artikel 6:5 Wvggz staat dat een machtiging met twaalf maanden verlengd kan worden mits binnen drie weken na het verlengingsverzoek op dit verzoek wordt beslist en mits op dit verzoek wordt beslist voordat de bestaande machtiging is verlopen. |
