VAKnieuws
Minderjarige maakt gemotiveerd bezwaar tegen contactherstel met zijn vaderRechtsvraagIs contact(herstel) met de vader in het belang van de minderjarige? OverwegingHet hof oordeelt dat contact(herstel) niet in het belang van de minderjarige is. De minderjarige heeft gemotiveerd en consequent aangegeven dat hij op dit moment geen contact wil met zijn vader. Het hof overweegt dat gelet op de leeftijd van de minderjarige, er belang moet worden gehecht aan zijn mening. Het hof stelt vast dat de vader herhaaldelijk handelt op een manier die niet in het belang van de minderjarige is, onder meer door onverwachts bij zijn school te staan en zich bedreigend uit te laten over de hond, de moeder en de stiefvader van de minderjarige. De vader moet inzicht krijgen in de gevolgen van zijn handelen en uitlatingen voor de minderjarige. Cursussen binnenkort: |
|
Raadsonderzoek bij voorlopige voorzieningRechtsvraagKan een raadsonderzoek al bij voorlopige voorziening worden gelast? OverwegingDe rechtbank gelast bij de eindbeslissing op de voorlopige voorzieningen al een raadsonderzoek, rekening houdend met de lange wachttijden bij de rechtbank voor de behandeling van de bodemprocedure en de lange wachttijden bij de raad voor de kinderbescherming. Cursussen binnenkort:Al onze cursussenCentrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise. Bekijken |
|
Taak rechter bij uitblijven stukken in alimentatieprocedureRechtsvraagMoet de rechter de stellingen van de alimentatiegerechtigde over het inkomen van de alimentatieplichtige volgen, als de alimentatieplichtige geen financiële gegevens in het geding brengt? OverwegingDe man klaagt in cassatie dat het hof zijn stellingen over de draagkracht van de vrouw niet helemaal heeft gevolgd, terwijl de vrouw zelf geen inzicht heeft gegeven in haar financiële situatie door het overleggen van stukken. Het hof heeft aan de hand van door de man op discutabele wijze verzamelde bewijzen van het inkomen van de vrouw zelf een berekening gemaakt van haar draagkracht en komt op een lagere draagkracht uit dan de man heeft gesteld. De advocaat-generaal concludeert dat de klacht van de man niet kan slagen. Het hof heeft gemotiveerd waarom het de stelling van de man niet volgt. De man heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd en het hof heeft terecht de reden van de vrouw om geen financiële stukken over te leggen (zij wil vanwege intieme terreur niet dat de man er achter komt waar zij werkt) mee laten wegen. Cursussen binnenkort: |
|
Erkenning huwelijkRechtsvraagMag de rechter de BRP volgen bij het vaststellen van het al dan niet bestaan van een huwelijk? OverwegingIn de BRP staat vermeld dat partijen gehuwd zijn. De vrouw heeft geen bewijs van het huwelijk kunnen overleggen en tegenstrijdig over de huwelijkssluiting verklaard. De rechter heeft het huwelijk in een eerdere procedure niet erkend. In deze procedure vindt de ambtenaar van de burgerlijke stand dat de rechter het huwelijk wel had moeten erkennen, omdat het huwelijk is vermeld in de BRP en die vermelding op grond van verklaringen onder ede tot stand is gkeomen. De rechtbank oordeelt dat de bevoegdheid om vast te stellen of sprake is van een (voor erkenning vatbaar) huwelijk uiteindelijk bij de rechter ligt en niet bij het college of (een door het college gemandateerde) gemeentelijk ambtenaar, omdat het hier gaat om de toepassing van materieel recht op een concreet geschil – en dat is naar het stelsel van de wet een rechterlijke taak. De gemeentelijke ambtenaar registreert rechtsfeiten aan de hand van akten en brondocumenten, maar neemt daarmee geen bindend materieelrechtelijk oordeel over de geldigheid of erkenning van het huwelijk in de zin van het familierecht. De BRP is een basisregistratie met "authentieke gegevens", geen constitutief register: de vermelding van een huwelijk in de BRP is een zwaarwegende administratieve aanwijzing, maar geen rechterlijk oordeel over het bestaan of de rechtsgeldigheid van dat huwelijk. In procedures waarin het huwelijk rechtsgevolgen heeft (echtscheiding, afstamming, gezag, verblijfsrecht, sociale zekerheids- of belastingrechtelijke vragen) is het daarom de rechter die zelfstandig moet beoordelen of van een rechtsgeldig en voor erkenning vatbaar huwelijk sprake is.
Cursussen binnenkort: |
|
Rechtmatigheidstoets terugplaatsing bij ouder na bijna vijf jaarRechtsvraagWas het noodzakelijk om het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader in plaats van bij de grootouders af te wijzen? OverwegingDe in 2021 geboren minderjarige was sinds december 2021 uit huis geplaatst bij de netwerk-pleegouders (grootouders mz). Omdat er veel ruis was tussen de netwerk-pleegouders en de ouders, heeft de GI in eerste instantie verzocht de minderjarige uit huis te plaatsen in een neutraal pleeggezin. Nadat de kinderrechter dit verzoek had afgewezen heeft de GI perspectiefonderzoek verricht om te beoordelen of de minderjarige weer bij een van de ouders kan wonen. De GI vindt dat de vader en zijn parter en oma (vz) samen goed voor de minderjarige kunnen zorgen. De rechtbank heeft het verzoek tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader thuis, toegewezen. De netwerk-pleegouders zijn hiertegen in hoger beroep gekomen. Omdat het gaat om een uithuisplaatsing bij de vader, beoordeelt het hof het hoger beroep met de vraag of het noodzakelijk was om het verzoek tot plaatsing bij de vader af te wijzen, en niet met de vraag of het noodzakelijk was om de minderjarige uit het netwerk-pleeggezin weg te halen. Het hof overweegt daarbij dat, mede gelet op het in artikel 7 IVRK vastgelegde recht van de minderjarige om (in beginsel) te worden verzorgd door zijn ouder(s), de vader de gelegenheid moet krijgen de verzorging en opvoeding van de minderjarige op zich te nemen en dat de minderjarige daarmee de kans moet krijgen om verder bij zijn vader op te groeien. Cursussen binnenkort: |
|
‘Althans een zodanige beslissing te nemen zoals uw rechtbank in goede justitie vermeent te behoren’RechtsvraagKan de rechter een hoger alimentatiebedrag vastleggen dan genoemd in het petitum? OverwegingDe rechtbank legt een hoger alimentatiebedrag vast dan door de vrouw is verzocht, omdat zij aan haar verzoek heeft toegevoegd " ‘althans een zodanige beslissing te nemen zoals uw rechtbank in goede justitie vermeent te behoren". De rechtbnak kan dit niet anders uitleggen dan dat de vrouw heeft bedoeld te verzoeken een hoger alimentatiebedrag vast te leggen dan zij zelf heeft berekend als de rechtbank op een hoger bedrag uit komt. Cursussen binnenkort: |
|
Wvggz onderzoek in bijzijn van meerdere personenRechtsvraagKan worden volstaan met een medisch onderzoek in bijzijn van derden? OverwegingDe Hoge Raad overweegt dat de eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad, gegeven in het kader van de Bopz, ook geldt voor Wvggz-zaken. De Hoge Raad heeft destijds geoordeeld dat het medisch onderzoek in beginsel dient plaats te vinden door een psychiater die fysiek bij de betrokkene aanwezig is tijdens het onderzoek en zonder aanwezigheid van anderen. De aanwezigheid van andere personen is in strijd met de privacy van de betrokkene en kan ook de uitkomst van het onderzoek beïnvloeden doordat het het gedrag van betrokkene tijdens het onderzoek kan beïnvloeden. Alleen wanneer het noodzakelijk is om de veiligheid te waarborgen of als betrokkene een tolk nodig heeft, kan het onderzoek in bijzijn van een derde plaatsvinden. In de voorliggende casus heeft de betrokkene aangevoerd dat het onderzoek in bijzijn van vijf andere personen plaatsvond en dat de deur van de onderzoeksruimte open stond zodat ook mensen op de gang het gesprek konden horen. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank had moeten onderzoeken o f, gelet op hetgeen aldus namens betrokkene is aangevoerd, de medische verklaring tot stand is gekomen met inachtneming van de uit de Wvggz voortvloeiende eisen, en haar oordeel daarover dienen te motiveren. Van een en ander blijkt niet uit de bestreden beschikking. Cursussen binnenkort: |
|
De tweeconclusieregel in verhuiszakenRechtsvraagKunnen in verhuiszaken later dan tien dagen voor de zitting nog stukken worden ingediend? OverwegingDe Hoge Raad overweegt dat de rechter in verhuiszaken rekening mag houden met een grief of wijziging van het verzoek die na het verzoek- of verweerschrift wordt aangevoerd respectievelijk plaatsvindt, en dat de rechter dit in beginsel ook dient te doen. Daarbij moet de rechter wel beoordelen of de goede procesorde zich verzet tegen het buiten beschouwing laten van producties die niet uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht. Daarbij dient de rechter mede in aanmerking te nemen dat het gaat om een procedure op de voet van art. 1:253a BW over een verhuizing met minderjarigen, waarin de rechter zijn beslissing zoveel mogelijk dient te baseren op de omstandigheden ten tijde van de uitspraak en een grote vrijheid heeft om alles wat door partijen is aangevoerd, in zijn beoordeling te betrekken. De aard van deze procedure zal in de regel meebrengen dat ook producties die later dan op de tiende dag voor de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht en die van belang zijn voor de beoordeling van de omstandigheden ten tijde van de uitspraak, door de rechter in zijn beoordeling worden betrokken. Cursussen binnenkort: |
|
Verandering en vermeerdering verzoek in hoger beroepRechtsvraagKan in het verweer op het incidenteel appel nog een aanvullend verzoek worden ingediend? OverwegingIn het hoger beroep op de echtscheidingsprocedure lag het ouderlijk gezag voor. De moeder wil eenhoofdig gezag. De vader heeft in zijn verweerschrift op het incidenteel appel voor het eerst verzocht hem met het eenhoofdig gezag te belasten. Tot die tijd heeft hij steeds het standpunt ingenomen dat de ouders met het gezamenlijk gezag belast moeten blijven. Het hof heeft dit verzoek toelaatbaar geacht. De Hoge Raad oordeelt dat het hof er terecht van uit is gegaan dat het verzoek van de vader toelaatbaar is. Nevenvoorzieningen als bedoeld in art. 827 Rv kunnen worden verzocht in elke fase van de procedure, ook voor het eerst in hoger beroep. Grieven en veranderingen of vermeerderingen van het verzoek in hoger beroep dienen in beginsel bij verzoek- of verweerschrift te worden aangevoerd respectievelijk plaats te vinden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof er terecht van uit is gegaan dat de aard van het geschil (beslissingen over het gezag moeten naar de laatste stand van zaken worden genomen) in dit geval meebrengt dat na het verzoek- en verweerschrift in hoger beroep nog een nieuwe grief of een nieuw verzoek ter zake van het eenhoofdig gezag over de kinderen kon worden aangevoerd, respectievelijk kon worden gedaan. Cursussen binnenkort: |
|
TweetrapsmakingRechtsvraagWie is de erfgenaam als de voorwaarde van de tweetrapsmaking op het moment van overlijden al in vervulling is gegaan? En heeft de tweetrapsmaking een waardedrukkend effect bij de bepaling van de legitieme portie? OverwegingDe erflater heeft zijn zoon en dochter als erfgenaam benoemd, maar voor beiden met de ontbindende en aansluitend opschortende voorwaarde dat in het geval hij/zij in staat van faillissement wordt verklaard of wordt toegelaten tot de WSNP, het aan hem/haar toekomende deel van de nalatenschap aan diens kinderen toekomt. De zoon was op het moment waarop erflater overleed al failliet verklaard. Vervolgens is hij toegelaten tot de WSNP. De bewindvoerder doet een beroep op de legtieme portie van de zoon. In geschil is of de zoon wel erfgenaam is geworden. De Hoge Raad oordeelt van niet. Een tweetrapsmaking veronderstelt dat op het moment van overlijden de vervulling van de ontbindende en opschortende voorwaarde toekomstig en onzeker is. Als de voorwaarde op dat moment is vervuld, wordt niet de bezwaarde erfgenaam, maar uitsluitend de verwachter. De zoon was toen erflater overleed al failliet dus zijn zijn kinderen in zijn plaats erfgenaam geworden. Ten overvloede (omdat het geschil door het voorgaande niet meer voorligt) legt de Hoge Raad nog u it dat uit de strekking van art. 4:71 BW volgt dat de invloed op de waarde van een erfrechtelijke verkrijging van een voorwaarde in een geval als dit in aanmerking moet worden genomen bij de vaststelling van de feitelijke waarde die in mindering komt op de legitieme portie. Indien het waardedrukkende effect van de voorwaarde genegeerd zou worden, zou afbreuk worden gedaan aan de aanspraak van de legitimaris op de legitieme portie. Cursussen binnenkort: |
|
Perspectief- en gezagsbeëindigingsonderzoekRechtsvraagIs voortzetting van de machtiging tot uithuisplaatsing echt nodig, en zo ja, kan het kind dan in hetzelfde pleeggezin geplaatst worden als zijn broer? OverwegingDe rechtbank uit zich kritisch over de uitvoering van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, en vraagt zich openlijk af of de uithuisplaatsing niet meer schade heeft veroorzaakt dan er was geweest als het kind thuis was blijven wonen. De GI heeft de raad voor de kinderbescherming gevraagd een gezagsbeëindigende maatregel te onderzoeken. De rechtbank sluit bij dat verzoek aan en formuleert onderzoeksvragen waar de rechtbank antwoord op wil krijgen. Een van de vragen luidt: "Is een plaatsing van [kind 2] in het pleeggezin waar [kind 1] thans verblijft mogelijk, mede in het licht van artikel 8 EVRM en de daarop gebaseerde rechtspraak waarin het belang van samenplaatsing van broertjes en zusjes wordt benadrukt? Tevens wordt de Raad verzocht bij dit onderzoek rekening te houden met de voorgenomen wetgeving inzake jeugdbescherming, waarin samenplaatsing van broers en zussen als uitgangspunt wordt vastgelegd, en hierover uitdrukkelijk te rapporteren." Cursussen binnenkort: |
|
Onderhoudsverplichting stiefouderRechtsvraagIs het feit dat de moeder getrouwd is een rechtens relevante wijziging van omstandigheden die reden geeft om de kinderalimentatie te wijzigen? En moet de draagkracht van de stiefouder worden meegenomen, terwijl de ouders samen al ruim voldoende draagkracht hebben om in de behoefte van de kinderen te voorzien? OverwegingDe rechtbank wijst het verzoek van de vader tot wijziging van de kinderalimentatie af. De rechtbank motiveert tweeledig. Enerzijds anticipeert de rechtbank op het plan van de wetgever om de stiefouderverplichting af te schaffen. Anderzijds haalt de rechtbank de uitspraak van het hof Den Haag van 8 januari 2025 (ECLI:NL:GHDHA:2025:93) aan, waarin wordt overwogen dat een redelijke wetstoepassing met zich mee brengt dat bij voldoende draagkracht een wijziging in de inkomens- of gezinssituatie van partijen nog geen relevante wijziging van omstandigheden vormt die noopt tot herberekening en aanpassing van de overeengekomen onderhoudsbijdrage en een andere onderlinge verdeling van de kosten van de kinderen. In de zaak bij het hof ging het om de geboorte van een nieuw kind. De rechtbank past het analoog toe op de onderliggende situatie, waarin de wijziging van omstandigheden is dat de vrouw getrouwd is. Nu de ouders samen een draagkracht hebben die de behoefte van de kinderen ruim overstijgt, ziet de rechtbank geen grondslag om de draagkracht van de stiefvader ook mee te nemen. Cursussen binnenkort: |
