VAKnieuws

Ga terug naar het VAKnieuws overzicht

Rechtmatigheidstoets terugplaatsing bij ouder na bijna vijf jaar

Nr: 26064 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-06-2026 ECLI:NL:GHARL:2026:3789 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Jeugdrecht 1:265a BW; 1:265i BW; 8 EVRM; 7 IVRK

Rechtsvraag

Was het noodzakelijk om het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader in plaats van bij de grootouders af te wijzen?

Overweging

De in 2021 geboren minderjarige was sinds december 2021 uit huis geplaatst bij de netwerk-pleegouders (grootouders mz). Omdat er veel ruis was tussen de netwerk-pleegouders en de ouders, heeft de GI in eerste instantie verzocht de minderjarige uit huis te plaatsen in een neutraal pleeggezin. Nadat de kinderrechter dit verzoek had afgewezen heeft de GI perspectiefonderzoek verricht om te beoordelen of de minderjarige weer bij een van de ouders kan wonen. De GI vindt dat de vader en zijn parter en oma (vz) samen goed voor de minderjarige kunnen zorgen. De rechtbank heeft het verzoek tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader thuis, toegewezen. De netwerk-pleegouders zijn hiertegen in hoger beroep gekomen. 

Omdat het gaat om een uithuisplaatsing bij de vader, beoordeelt het hof het hoger beroep met de vraag of het noodzakelijk was om het verzoek tot plaatsing bij de vader af te wijzen, en niet met de vraag of het noodzakelijk was om de minderjarige uit het netwerk-pleeggezin weg te halen. Het hof overweegt daarbij dat, mede gelet op het in artikel 7 IVRK vastgelegde recht van de minderjarige om (in beginsel) te worden verzorgd door zijn ouder(s), de vader de gelegenheid moet krijgen de verzorging en opvoeding van de minderjarige op zich te nemen en dat de minderjarige daarmee de kans moet krijgen om verder bij zijn vader op te groeien.

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder