VAKnieuws
Afgedwongen beslissing door verhuizing zonder toestemmingRechtsvraagMoet de rechter bij de beoordeling van verzochte voorlopige voorzieningen alleen naar de noodzaak op basis van de status quo kijken, of moet de rechter ook meewegen wat de gevolgen van het voortduren van de status quo kunnen zijn voor de beslissing in de bodemzaak? OverwegingDe moeder is kort na het indienen van het echtscheidingsverzoek zonder toestemming van de vader met de kinderen verhuisd naar een plaats op 200 km afstand. In de echtscheidingsprocedure heeft de moeder het eenhoofdig gezag en een beperkte omgangsregeling verzocht, en de vader gezamenlijk gezag en een co-ouderschapsregeling. Nadat de moeder met de kinderen is verhuisd, heeft de vader verzocht spoedmaatregelen te treffen zoals het dwingen van de moeder om met de kinderen terug te keren en een voorlopige beslissing over het gezag. De voorzieningenrechters hebben die verzoeken afgewezen omdat de kinderen veilig waren, de moeder goed voor de kinderen zorgde en de vader de kinderen nog steeds eens per veertien dagen in het weekend kon zien. In de bodemprocedure is de moeder uiteindelijk met het eenhoofdig gezag belast en is een zorgregeling van om de week een weekend vastgelegd. Daarbij heeft meegewogen dat de kinderen inmiddels gewend waren aan de situatie waarin zij 200 km bij de vader vandaan wonen. De vader klaagt bij het EHRM. Het EHRM oordeelt dat de rechter in de bodemzaak teveel belang heeft gehecht aan de bewust en onrechtmatig door de moeder gecreeërde situatie, en dat de moeder met de beslissing is beloond voor haar gedrag. Dat is in strijd met artikel 8 EVRM. De rechters (zowel in kort geding als in de bodemzaak) hadden niet alleen naar de feiten moeten kijken maar zich rekenschap moeten geven van de belangen van de kinderen en de vader, en van het feit dat de moeder door te verhuizen zonder toestemming de door haar gewenste situatie feitelijk afdwong. Cursussen binnenkort: |
