VAKnieuws

Inschrijving echtscheiding in Turkije

Nr: 26102 Rechtbank Rotterdam, 16-09-2026 ECLI:NL:RBROT:2026:12233 Jurisprudentie Geschilbeslechting Echtscheiding Geen grondslag genoemd

Rechtsvraag

Moet de vrouw meewerken aan de inschrijving van de echtscheiding in Turkije, en op welke manier?

Overweging

De vrouw wil een erkenningsprocedure volgen in Turkije samen met de procedure over de verdeling van het vermogen in Turkije.  De voorzieningenrechter verplicht de vrouw mee te werken aan de inschrijving van de in Nederland uitgesproken echtscheiding, middels inschrijving bij het Turkse consulaat. Voor het geval de vrouw niet meewerkt, verleent de voorzieningenrechter aan de man vervangende toestemming, in de plaats van de toestemming van de vrouw, voor het inschrijven van de echtscheiding bij het Turkse consulaat.

Lees verder
 

Onderbewindstelling

Nr: 26104 Gerechtshof Amsterdam, 15-09-2026 ECLI:NL:GHAMS:2026:2626 Jurisprudentie Geschilbeslechting Curatele, bewind en mentorschap 1:431 BW

Rechtsvraag

Heeft de kantonrechter terecht en op juiste gronden ten behoeve van de betrokkene een bewind ingesteld wegens zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand?

Overweging

De betrokkene vindt dat zijn goederen onterecht onder bewind zijn gesteld. Dat hij in een psychiatrische kliniek is opgenomen is onvoldoende om te concluderen dat hij vanwege zijn geestelijke toestand niet in staat is  ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen.

Voor het hof is voldoende aannemelijk geworden dat de gronden voor een bewind ten tijde van de bestreden beschikking aanwezig waren en nog steeds zijn. Het hof overweegt dat de betrokkene onvoldoende overzicht heeft over zijn financiële situatie. Voorafgaand aan het bewind bleef belangrijke post ongeopend liggen, werden rekeningen niet betaald en ontbrak er actieve communicatie met [naam 3] over lopende verplichtingen. De betrokkene beschikte ook niet over een geldige identiteitskaart en wist niet bij welke energieleverancier hij was aangesloten. Ter zitting in hoger beroep heeft de bewindvoerder naar voren gebracht dat de betrokkene regelmatig zijn betaalpas kwijt is en dat zij dan voor hem een nieuwe betaalpas aanvraagt. Het hof acht ondersteuning van het netwerk van de betrokkene onvoldoende, omdat de betrokkene slechts beperkt hulp toelaat en geen volledig inzicht geeft in zijn financiële positie. Hierdoor is het hof van oordeel dat de betrokkene door zijn netwerk niet afdoende begeleid kon en kan worden bij het op orde brengen van zijn financiële situatie. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter, gelet op het voorgaande, terecht ten behoeve van de betrokkene een bewind ingesteld dat in de huidige situatie van de betrokkene ook moet worden voortgezet.

Lees verder

Al onze cursussen

Centrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise.

Bekijken
 

Beƫindiging ondertoezichtstelling

Nr: 26103 Gerechtshof Amsterdam, 15-09-2026 ECLI:NL:GHAMS:2026:2627 Jurisprudentie Geschilbeslechting Jeugdrecht 1:255 BW; 1:260 BW.

Rechtsvraag

Is de ondertoezichtstelling terecht verlengd?

Overweging

Het enige doel van de ondertoezichtstelling is nog het contactherstel tussen de vader en de 17-jarige zoon. De vader vindt dat de ondertoezichtstelling terecht door de rechtbank is verleend, omdat hij graag weer contact wil met zijn zoon. De zoon geeft al meerdere jaren aan geen contact te willen met de vader. 

De door de kinderrechter bij beschikking van 10 januari 2025 opgestelde doelen van de ondertoezichtstelling waren onder meer dat de zoon de emotionele ruimte krijgt om contact met de vader te kunnen hebben, dat hulpverlening voor de zoon en de ouders wordt opgestart en dat duidelijkheid wordt verkregen over de mogelijkheden van contact tussen de zoon en de vader. De GI heeft over deze doelen toegelicht dat daarbij niet voorop stond dat contactherstel daadwerkelijk plaatsvindt, maar dat eerst moet worden onderzocht of contact mogelijk was en zo ja, op welke wijze het contact ingevuld kan worden. 

Het hof is van oordeel dat ten tijde van de bestreden beschikking nog een reële mogelijkheid bestond om de doelen van de ondertoezichtstelling te behalen. Door middel van SiS zou nader onderzoek worden gedaan om te proberen de verschillende perspectieven van de betrokkenen over het verleden bijeen te brengen. In hoger beroep is de situatie echter anders gebleken. De GI heeft toegelicht dat SiS na een tweede intakegesprek heeft geconcludeerd dat onvoldoende basis bestaat om het traject te starten. De GI heeft ter zitting in hoger beroep verklaard op dit moment geen andere reële mogelijkheden meer te zien om binnen de ondertoezichtstelling de gestelde doelen te bereiken. 

Hoewel het hof oordeelt dat de ontwikkelingsbedreiging nog steeds aanwezig is, beëindigt het hof de ondertoezichtstelling met ingang van de datum van de beschikking van het hof.


Lees verder
 

Verwijtbaar inkomensverlies

Nr: 26101 Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026 ECLI:NL:GHAMS:2026:2608 Jurisprudentie Geschilbeslechting Alimentatie 1:404 BW

Rechtsvraag

Is het inkomensverlies van de vader verwijtbaar of vermijdbaar?

Overweging

Het hof overweegt dat de beslissing om de vermindering van het inkomen bij de bepaling van de draagkracht van de vader al dan niet buiten beschouwing te laten, afhangt van de vraag of de vader redelijkerwijs zijn oude inkomen weer kan verdienen en of dit van hem kan worden gevergd. Is het antwoord op beide vragen positief, dan kan worden uitgegaan van het oorspronkelijke inkomen van de vader. Is echter het antwoord op een van de vragen negatief, dan hangt het van de omstandigheden van het geval af of een inkomensvermindering geheel of ten dele buiten beschouwing moet blijven. In het bijzonder moet dan worden bezien of de onderhoudsplichtige zich uit hoofde van zijn verhouding tot de onderhoudsgerechtigde met het oog op diens belangen had behoren te onthouden van gedragingen die tot inkomensvermindering hebben geleid.

In dit geval heeft de vader zelf zijn baan opgezegd, wegens lichamelijke klachten, met het plan om als zzp'er te gaan werken. Het is hem niet gelukt om werk te vinden als zzp'er. Het hof oordeelt dat de vader verwijtbaar heeft gehandeld door zijn baan op te zeggen in plaats van zich ziek te melden.

Lees verder
 

Andere machtiging uithuisplaatsing dan verzocht

Nr: 26100 Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026 ECLI:NL:GHAMS:2026:2553 Jurisprudentie Rechtseenheid Jeugdrecht 1:265b BW

Rechtsvraag

Mag de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor een andere categorie (accommodatie jeugdhulpaanbieder) dan door de raad is verzocht (pleeggezin)?

Overweging

De raad heeft verzocht een machtiging te verlenen tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een pleeggezin. De minderjarige is een pasgeboren baby. De kinderrechter heeft een machtiging verleend tot uithuisplaatsing in een accomodatie jeugdhulpaanbieder, zodat de GI de minderjarige samen met de moeder in een moeder-kindhuis kon plaatsen. Dat is zo geschied en dat gaat goed. 

Het hof oordeelt als volgt. Mocht een uithuisplaatsing in het belang van een minderjarige noodzakelijk zijn, dan heeft de overheid op grond van art 8 lid 2 EVRM een positieve verplichting tot het treffen van maatregelen om te bevorderen dat het gezin, zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk, wordt herenigd. Wel dient deze verplichting steeds afgewogen te worden tegen de verplichting om rekening te houden met het belang van het kind, en het grote gewicht van dat belang. De inspanningen moeten erop zijn gericht om persoonlijke banden tussen ouder en kind zoveel mogelijk in stand te houden. Aan de kinderrechter komt tegen deze achtergrond een zekere beoordelingsruimte toe met betrekking tot de vraag binnen welke categorie of setting van jeugdhulp de uithuisplaatsing van een minderjarige moet worden gerealiseerd. Dit geldt temeer als een minderverstrekkende setting dan verzocht volstaat om het boogde doel - door de raad omschreven als: het waarborgen van de veiligheid, het welzijn en de ontwikkeling van de minderjarige – te realiseren. Een plaatsing van een pasgeboren baby bij een jeugdhulpaanbieder, samen met de moeder, is minder verstrekkend dan plaatsing in een pleeggezin, zonder de moeder.

Lees verder
 

Rechtsmacht Nederlandse rechter

Nr: 26099 Rechtbank Rotterdam, 07-09-2026 ECLI:NL:RBROT:2026:12176 Jurisprudentie Rechtseenheid IPR Braziliaans Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering

Rechtsvraag

Kan de rechter terugkomen op de beslissing in de tussenbeschikking dat de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over de nevenvoorzieningen?

Overweging

De rechter heeft in de tussenbeschikking, waarin de echtscheiding is uitgesproken, geoordeeld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft voor wat betreft de verzochte nevenvoorzieningen. Volgens de vrouw is op grond van het Braziliaans wetboek van Burgerlijke rechtsvordering de Braziliaanse rechter uitsluitend bevoegd om de bezittingen die zich in Brazilië bevinden te verdelen. De man betwist dit.

Uitgangspunt is dat als de rechter in een tussenbeschikking op één of meer geschilpunten uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist, daar in het verdere verloop van de procedure niet op mag worden terugkomen. Voor aanvaarding van een uitzondering is slechts plaats in het geval dat bijzondere omstandigheden het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan een dergelijke eindbeslissing zou zijn gebonden.

Dit kan met name het geval zijn indien sprake is van een evidente feitelijke (of juridische) misslag van de rechter of indien de desbetreffende beslissing blijkt te berusten op een, niet aan de belanghebbende partij toe te rekenen, onjuiste feitelijke grondslag. Gelet op de ratio van deze regel – de beperking van het processuele debat – dient de rechter bij het aanvaarden van dergelijke uitzonderingen evenwel grote terughoudendheid in acht te nemen.

De rechter verwijst naar de tussenbeschikking en ziet geen ruimte voor een ander oordeel.

Cursussen binnenkort:

Lees verder
 

Nakoming zorgregeling met psychische klachten

Nr: 26098 Rechtbank Noord-Holland, 28-08-2026 ECLI:NL:RBNHO:2026:11532 Jurisprudentie Geschilbeslechting Gezag en omgang 1:253a BW; 1:377a BW.

Rechtsvraag

Moet de vader de zorgregeling nakomen ondanks zijn psychische klachten?

Overweging

De vader wil de zorgregeling beperken omdat hij last heeft van pyschische klachten. De moeder is het daar niet mee eens. De rechtbank wijst het verzoek van de vader af. Hij heeft niet aangetoond dat zijn psychische klachten dusdanig zijn, dat zij nakoming van de zorgregeling in de weg staan. Dat hij antidepressiva krijgt is daarvoor onvoldoende.

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder
 

Duurzame samenwoning als het ware gehuwd

Nr: 26094 Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026 ECLI:NL:GHAMS:2026:2397 Jurisprudentie Rechtseenheid Alimentatie 1:160 BW

Rechtsvraag

Is de vrouw duurzaam, als het ware zij gehuwd, gaan samenwonen met haar partner?

Overweging

Het hof oordeelt dat de vrouw duurzaam met haar partner samenwoont, als het ware zij gehuwd. De vrouw stelt dat zij uit noodzaak tijdelijk bij haar partner is ingetrokken, maar zij heeft de noodzaak om haar huur op te zeggen niet aangetoond. Zij woont inmiddels al ruim anderhalf jaar samen met haar partner en er is geen zicht op een verhuizing naar een eigen woning. De samenwoning is daarmee duurzaam.  Het samenstel van gedragingen, waaronder het kosteloze woongenot dat de vrouw geniet, het gezamenlijk wassen, boodschappen doen, eten en in één bed slapen, maakt dat gesproken kan worden van wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding. Dat de vrouw en haar partner geen gezamenlijke bankrekening hebben doet aan het voorgaande niet af.

Het beroep van de man op artikel 1:160 BW slaagt daarom en daarmee is zijn onderhoudsverplichting jegens de man geëindigd.

Lees verder
 

Afwijzing vervangende toestemming vakantie

Nr: 26097 Rechtbank Noord-Holland, 24-08-2026 ECLI:NL:RBNHO:2026:11494 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Gezag en omgang 1:253a BW

Rechtsvraag

Mag de vader met de minderjarige op vakantie naar Turkije?

Overweging

De rechtbank wijst het verzoek om vervangende toestemming voor een vakantie naar Turkije af. De vader heeft een paar uur per week omgang met de minderjarige en is onvoldoende op de hoogte van de zorgbehoefte van de minderjarige. De vader heeft daarnaast geen vaste woon- en verblijfplaats meer in Nederland en ook geen baan. De moeder heeft voldoende onderbouwd dat er een gerechtvaardigde vrees is dat de vader niet van plan is terug te komen met de minderjarige.

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder
 

Bewind ondanks levenstestament

Nr: 26095 Rechtbank Oost-Brabant, 21-08-2026 ECLI:NL:RBOBR:2026:6117 Jurisprudentie Geschilbeslechting Curatele, bewind en mentorschap 1:431 BW

Rechtsvraag

Kan de kantonrechter bewind uitspreken terwijl de wens van de betrokkene in zijn levenstestament anders luidt?

Overweging

De betrokkene is dementerend en niet langer in staat zijn wil te bepalen. Hij heeft in het verleden voor deze situatie een levenstestament opgesteld waarin hij twee van zijn kinderen als gevolmachtigde heeft aangemerkt voor het beheren van zijn financiën. De twee broers zijn in een patstelling terecht gekomen. Daardoor kan de wens van betrokkene uit het levenstestament praktisch niet worden uitgevoerd. De kantonrechter ziet hierin redenen om aan het levenstestament voorbij te gaan, bewind uit te spreken en een professionele bewindvoerder te benoemen. 

Lees verder
 

Vernietiging erkenning

Nr: 26096 Rechtbank Overijssel, 20-08-2026 https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5103&showbutton=true&idx=61 Jurisprudentie Rechtseenheid Erkenning 1:205 lid 1 sub a BW

Rechtsvraag

Kan de erkenning door de stiefvader worden vernietigd?

Overweging

Het verzoek is gedaan door de GI, die de voogdij heeft over de minderjarige. Er is geen DNA-test nodig om vast te stellen dat de stiefvader niet de biologische vader van de minderjarige is. De moeder en de minderjarige stellen dat de minderjarige door de stiefvader is misbruikt, waardoor zij ernstig psychisch nadeel ondervindt aan het dragen van de achternaam van de stiefvader en de juridische band met de stiefvader. Er is al jaren geen contact met de stiefvader en de minderjarige heeft niets meer van hem te verwachten. De stiefvader is in het verleden in Oostenrijk meermaals veroordeeld voor zedendelicten. De rechtbank vernietigt de erkenning. Dat is met terugwerkende kracht, zodat de stiefvader nooit de juridisch ouder van de minderjarige is geweest.

Lees verder
 

Verdeling aandelen uit de huwelijksgemeenschap

Nr: 26088 Gerechtshof Den Haag, 12-08-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:2651 Jurisprudentie Geschilbeslechting Huwelijksvermogensrecht 1:100 BW; 3:185 BW

Rechtsvraag

Wat is de waarde van de aandelen en hoe moeten ze worden verdeeld?

Overweging

De aandelen van de BV's van de man vallen in de huwelijksgemeenschap. Volgens de vrouw vertegenwoordigen de aandelen een aanzienlijke waarde, maar volgens de man zijn de aandelen waardeloos. Door de slechte administratie valt de waarde voor het hof niet goed vast te stellen. Het hof beslist dat de waarde om niet aan de vrouw worden toegedeeld. De man heeft aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben.

Lees verder