VAKnieuws

    ga naar het VAKnieuws totaal overzicht

19007

Schadevergoeding en transitievergoeding voor werknemer die ontslag heeft genomen

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-01-2019 ECLI:NL:GHSHE:2019:6
Jurisprudentie - Geschilbeslechting
Ontslag en ontbinding
WWZ
7:673 BW, 7:677 BW
Rechtsvraag

Heeft de rechtbank terecht een schadevergoeding en transitievergoeding toegekend aan een werknemer die ontslag op staande voet heeft genomen?

Overweging

Het hof concludeert dat werknemer gerechtigd was om met onmiddellijke ingang zijn arbeidsovereenkomst met werkgeefster op te zeggen. Op grond van artikel 7:677 leden 2 en 3 BW heeft werknemer recht op de gefixeerde schadevergoeding. Het schriftelijk en onder dreiging van een loonsanctie en een ontslag op staande voet sommeren van werknemer om direct bij een derde aan het werk te gaan, terwijl het UWV heeft aangegeven dat dit werk niet passend is, kwalificeert als het door opzet of schuld geven van een dringende reden aan werknemer om tot het nemen van ontslag over te gaan. Voor zover de grief zich richt tegen de overwegingen die leiden tot toewijzing van deze vergoeding, faalt deze grief en het oordeel van de kantonrechter op dit punt wordt bekrachtigd. 

De overige gedragingen van werkgeefster die werknemer in zijn ontslagbrief aan zijn ontslag ten grondslag legt, behoeven gelet op voormeld oordeel geen verdere bespreking.

Grief I richt zich tevens tegen de overwegingen van de kantonrechter leidend tot het toewijzen van de transitievergoeding. Op grond van het bepaalde in artikel 7:673 BW heeft werknemer hierop recht als de arbeidsovereenkomst minimaal 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van werkgeefster door werknemer is opgezegd.

Zoals hiervoor overwogen, is het hof van oordeel dat werkgeefster haar werkgevers-verplichtingen jegens werknemer grovelijk heeft geschonden door het deskundigenoordeel van het UWV naast zich neer te leggen en werknemer op te leggen dit niet passend werk onmiddellijk te gaan verrichten onder dreiging van het 100% loonstop en een mogelijk ontslag op staande voet. Het hof houdt bij de beoordeling rekening met de wijze waarop werkgeefster daaraan voorafgaand invulling heeft gegeven aan het re-integratietraject. Zo neemt het hof mee dat werkgeefster, ondanks verzoek, niet is overgegaan tot het opstellen van een Plan van aanpak. werkgeefster heeft ondanks advies van de bedrijfsarts geen tijdige actie ondernomen om een mediationtraject in gang te zetten - dit is eerst 15 maanden na de ziekmelding van start gegaan. De deskundige van het UWV heeft in haar deskundigenoordeel van 8 november 2017 overwogen dat er ruim 18 maanden zijn verstreken en er nog geen sprake is van zicht op re-integratiemogelijkheden en re-integratieactiviteiten in spoor 1 en spoor 2. Er had toen nog geen arbeidsdeskundig onderzoek plaatsgevonden. De deskundige van het UWV heeft geoordeeld dat werkgeefster niet aan haar re-integratieverplichtingen voldeed en dat aan haar mogelijk een loonsanctie opgelegd zou worden. Een en ander heeft werkgeefster niet weerhouden om wederom haar eigen weg te volgen en het UWV-oordeel over het niet passend zijn van het werk bij bedrijf X naast zich neer te leggen.

Alle omstandigheden in aanmerking nemend oordeelt het hof dat werkgeefster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld met als gevolg dat de arbeidsovereenkomst is opgezegd. Werknemer heeft recht op de transitievergoeding.


Binnenkort:
De zieke werknemer
 


ga naar het VAKnieuws totaal overzicht