VAKnieuws

Ga terug naar het VAKnieuws overzicht

Mentor van wilsonbekwame

Nr: 26106 Hoge Raad der Nederlanden, 02-10-2026 ECLI:NL:HR:2026:1585 Jurisprudentie Rechtseenheid Wvggz
Procesrecht
1:3 Wvggz, 5:17 Wvggz en 6:1 Wvggz

Rechtsvraag

Moet de rechter bij een verzoek tot verlenging van een zorgmachtiging onderzoeken of de wilsonbekwame een mentor heeft?

Overweging

Ja.  Indien een mentor is benoemd, treedt deze op als vertegenwoordiger van een wilsonbekwame betrokkene (art. 1:3 lid 3, aanhef en onder b, Wvggz). In beginsel moet de officier van justitie bij het verzoek tot het verlenen van een (aansluitende) zorgmachtiging benoemen dat er een mentor is en de stukken aangaande het mentorschap bij het verzoek voegen ( rt. 5:17 lid 6, aanhef en onder c, Wvggz). Op grond van artikel 6:1 Wvggz moet de mentor in de gelegenheid worden gesteld zijn visie mondeling kenbaar te maken. 

Als de officier van justitie heeft nagelaten de stukken over het mentorschap bij te voegen, maar uit de stukken blijkt wel dat er een mentor betrokken is, moet de rechter zelf onderzoeken of er sprake is van een mentorschap. Als daar sprake van is moet de rechter de mentor alsnog in de gelegenheid stellen zijn standpunt mondeling kenbaar te maken. In de onderhavige casus heeft de rechter dat niet gedaan. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.

Lees verder