VAKnieuws

Ga terug naar het VAKnieuws overzicht

Stelplicht en bewijslastverdeling

Nr: 26074 Hoge Raad der Nederlanden, 10-07-2026 ECLI:NL:HR:2026:1219 Jurisprudentie Geschilbeslechting Huwelijksvermogensrecht
Procesrecht
Alimentatie
843a (oud) BW; 150 Rv

Rechtsvraag

Op wie rust de bewijslast over het al dan niet bestaan van een bankrekening in Tsjechië op naam van de vrouw?

Overweging

De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof op drie onderdelen. De Hoge Raad acht het oordeel van het hof dat op de man de bewijslast rust ten aanzien van zijn stelling dat de vrouw nog een bankrekening met saldo heeft in Tsjechië. Ook acht de Hoge Raad het oordeel van het hof dat het 843a (oud) BW-verzoek van de man onvoldoende gespecificeerd is onbegrijpelijk.

Daarnaast heeft het hof op verzoek van de man geoordeeld dat de aflossing op de huwelijkse schulden volledig in mindering wordt gebracht op zijn draagkracht voor de kinderalimentatie, maar daarbij opgenomen dat dit betekent dat de man geen regresvordering meer heeft op de vrouw. Met deze beslissing is het hof volgens de Hoge Raad buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden. 

 

Lees verder