VAKnieuws
Internationale verhuiszaakRechtsvraagMag de moeder met de kinderen naar Frankrijk verhuizen? OverwegingHet hof haalt de toetsingscriteria in verhuiszaken aan en maakt een belangenafweging. Het hof is van oordeel dat de moeder belang heeft bij de verhuizing, dat zij de verhuizing goed heeft doordacht en voorbereid en dat de verhuizing niet in strijd is met de belangen van de kinderen. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank waarin aan de moeder vervangende toestemming is verleend voor de verhuizing naar Frankrijk. Cursussen binnenkort: |
|
Verdeling aandelen uit de huwelijksgemeenschapRechtsvraagWat is de waarde van de aandelen en hoe moeten ze worden verdeeld? OverwegingDe aandelen van de BV's van de man vallen in de huwelijksgemeenschap. Volgens de vrouw vertegenwoordigen de aandelen een aanzienlijke waarde, maar volgens de man zijn de aandelen waardeloos. Door de slechte administratie valt de waarde voor het hof niet goed vast te stellen. Het hof beslist dat de waarde om niet aan de vrouw worden toegedeeld. De man heeft aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben. Cursussen binnenkort:Al onze cursussenCentrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise. Bekijken |
|
Nietigheid en vervangende toestemming erkenningRechtsvraagIs de erkenning nietig? En zo ja, moet de man vervangende toestemming krijgen om de minderjarige te erkennen? OverwegingDe rechtbank oordeelt naar Surinaams recht dat de erkenning door de man nietig is, omdat de man de erkenning zonder toestemming van de moeder heeft uitgevoerd middels het vervalsen van haar handtekening. De rechtbank beoordeelt naar Nederlands recht of de man vervangende toestemming moet krijgen om de minderjarige te erkennen, en gelast een raadsonderzoek. |
|
Omgangsregeling met grootouderRechtsvraagZijn er redenen om omgang tussen de minderjarige en de grootmoeder te ontzeggen? OverwegingDe kinderrechter oordeelt dat er grond is om de omgang tussen de oma en de minderjarige te ontzeggen. De oma heeft wel family life met de minderjarige, omdat de moeder en de minderjarige langere tijd bij haar hebben gewoond. De oma heeft ook veel zorg gedragen voor de minderjarige. Door de verstoorde relatie tussen de oma en de moeder, is de kinderrechter van oordeel dat omgang met de oma ernstig nadeel zou kunnen opleveren voor de minderjarige. De moeder kan die omgang namelijk niet dragen. Daarnaast kan omgang tussen de oma en de minderjarige in de weg gaan staan in de band tussen de moeder en de minderjarige. De kinderrechter schrijft een bijzondere brief aan de minderjarige, die de moeder op latere leeftijd wanneer zij het geschikt acht, aan de minderjarige kan voorlezen of geven. Cursussen binnenkort: |
|
Draagkracht gedetineerdeRechtsvraagHeeft de vader draagkracht om kinderalimentatie te betalen? OverwegingDe vader heeft in hoger beroep aangetoond dat hij een WIA-uitkering ontvangt en dat hij daardoor een minimale draagkracht heeft van € 50,- per maand. Daarnaast is het hof er ambtshalve mee bekend dat de vader sinds 14 januari 2026 in voorlopige hechtenis is genomen op verdenking van een niet nader genoemd - maar volgens zijn advocaat ernstig - strafbaar feit. Het is het hof bekend dat de WIA-uitkering na één maand hechtenis automatisch wordt stop gezet. Het hof gaat er daarom vanuit dat de vader vanaf 1 februari 2026 geen draagkracht meer heeft. Voor zover de vader in de afgelopen maanden meer kinderalimentatie heeft betaald dan het hof vastlegt, hoeft de moeder dat niet aan hem terug te betalen. Cursussen binnenkort: |
|
Verdeling en bruidsgaveRechtsvraagMoet de man de bruidsgave nog aan de vrouw betalen? OverwegingPartijen zijn voor 2018 in Nederland gehuwd. Op de verdeling van de huwelijksgemeenschap is het Nederlands recht van toepassing. Dat heeft dat tot gevolg dat zowel de vordering van de vrouw op de man ter zake van de bruidsgave in de (wettelijke algehele) huwelijksgemeenschap valt, als dat de schuld van de man aan de vrouw ter zake van de bruidsgave in die gemeenschap valt. Naar Nederlandse recht is het niet mogelijk om door middel van een overeenkomst te bepalen dat een door de vrouw van de man te ontvangen bruidsgave buiten de gemeenschap van goederen van partijen valt. Indien partijen de door de vrouw te ontvangen bruidsgave van de wettelijke gemeenschap van goederen wilden uitzonderen, had het op hun weg gelegen om dit bij huwelijkse voorwaarden te bepalen. Dat hebben partijen niet hebben gedaan, waardoor partijen ingevolge art. 1:100 BW een gelijk aandeel in de ontbonden gemeenschap hebben. Dat betekent dat ieder van partijen gerechtigd is tot de helft van de vordering van de vrouw op de man, maar ieder van partijen ook voor de helft de verplichting van de man aan de vrouw moeten dragen. Per saldo hebben partijen dan niks meer van elkaar te vorderen. Om die reden wijst de rechtbank het verzoek van de vrouw af. Cursussen binnenkort: |
|
Voorzieningenrechter fungeert in kort geding als 'restrechter'RechtsvraagKan moeder zich tot de voorzieningenrechter wenden omdat zij het niet eens is met de door de GI opgestelde contactregeling? OverwegingDe voorzieningenrechter verklaart de moeder niet-ontvankelijk. Zij kan zich enkel in kort geding tot de voorzieningenrechter wenden als er geen andere snelle procedure open staat. Voor deze situatie staat de snelle procedure op grond van artikel 1:265f BW open. Cursussen binnenkort: |
|
Dwangsom en proceskostenveroordelingRechtsvraagZijn er redenen om de vrouw een dwangsom en proceskostenveroordeling op te leggen? OverwegingDe vrouw heeft zich in de vaststellingsovereenkomst verplicht tot het overdragen en leveren van haar aandeel in de woning in Marokko aan de man. Vervolgens heeft zij zich jarenlang onthouden van meewerking aan die levering. De rechtbank heeft haar verplicht om mee te werken aan de overdracht en levering en heeft bepaald dat de beschikking in de plaats komt van de handeling van de vrouw. Het hof voegt daar op verzoek van de man een dwangsom aan toe omdat de man in Marokko op problemen stuit bij de tenuitvoerlegging. Het hof veroordeelt de vrouw ook in de proceskosten. Hoewel in personen- en familierechtelijke procedures op grond van artikel 237 Rv de proceskosten tussen ex-echtgenoten doorgaans worden gecompenseerd, is het hof van oordeel dat de jarenlange hardnekkige weigering van de vrouw om over te gaan tot overdracht en levering van de woning terwijl zij hiertoe meermaals in gerechtelijke procedures verplicht is geoordeeld, een forfaitaire proceskostenveroordeling in beide instanties rechtvaardigt. |
|
Voorlopige voorziening beperken omgangRechtsvraagZijn er redenen om voor de duur van het geding in hoger beroep bij wijze van voorlopige voorziening het contact met de vader te beperken? OverwegingHet hof wijst het verzoek van de moeder af. De zorgregeling is tot nu toe gewoon uitgevoerd. Het is niet in geschil dat de minderjarige het moeilijk heeft met de situatie tussen de ouders maar het staat niet vast dat dit komt door gedragingen van de vader. Het hof ziet het op dit moment als strijdig met het belang van de minderjarige om het contact te beperken, onder meer omdat hij dan ook de vaantie met zijn vader en vier halfbrusjes moet missen. Cursussen binnenkort: |
|
Eenhoofdig gezag op verzoek Raad voor de KinderbeschermingRechtsvraagStaat het beëindigen van het gezag van de vader in een redelijke verhouding tot het doel om de ontwikkelingsbedreiging van het kind weg te nemen? OverwegingDe rechtbank beëindigt op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming het ouderlijk gezag van de vader, zodat de moeder belast wordt met het eenhoofdig gezag. Er is een jarenlange strijd tussen de ouders waardoor het kind klem zit. Ondertoezichtstelling heeft geen verschil kunnen maken. Inmiddels is duidelijk dat hier niet sprake is van de situatie "waar er twee strijden hebben er twee schuld". De vader gaat niet alleen de strijd aan met de moeder maar ook met hulpverlening. Hij is wantrouwend naar de overheid en staat niet open voor andere visies dan die van hemzelf. Hij accepteert de moeder niet in het leven van het kind. Na schorsing van het gezag van beide ouders is het kind opgebloeid. De moeder kan wel het gezag houden en ondertoezichtstelling is niet meer nodig, omdat de moeder goed meewerkt met de hulpverlening en er ook geen zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de moeder. Het recht op omgang wordt niet aan de vader ontzegd maar wel wordt aan hem een stappenplan opgelegd als voorwaarde voor het hervatten van contact met het kind. Dit stappenplan omvat onder andere psycho-educatie en psychologisch diagnostisch onderzoek. Cursussen binnenkort: |
|
Duurzame ontwrichting huwelijkRechtsvraagIs de vrouw in staat haar wil te bepalen met betrekking tot de echtscheiding? OverwegingDe man heeft aangevoerd dat de vrouw een psychische stoornis heeft en dat zij niet in staat is haar wil te bepalen. Hij denkt dat zij het verzoek tot echtscheiding heeft ingediend onder druk van haar familie. Hij wil dat het verzoek tot echtscheiding wordt afgewezen. Het hof stelt voorop dat uit het feit dat de vrouw in het verleden psychologische begeleiding had en nog steeds heeft, niet kan worden afgeleid dat er sprake is van een zodanige psychische stoornis dat zij niet in staat zou zijn om haar wil te bepalen, zoals bedoeld in artikel 3:34 BW. Het is het hof niet gebleken dat de vrouw niet in staat zou zijn haar wil te bepalen. Gelet hierop is het hof van oordeel dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de moeder ten tijde van het indienen van het verzoek tot echtscheiding of nadien leed of lijdt aan een geestelijke stoornis op grond waarvan zij niet in staat was om haar wil te bepalen. Of dat zij dat verzoek gedaan heeft onder invloed van bedreiging of misbruik van omstandigheden. Het hof is van oordeel dat de moeder voldoende heeft gesteld om aan te nemen dat het huwelijk duurzaam ontwricht is.
Cursussen binnenkort: |
|
Beloning bewindvoerderRechtsvraagHeeft een bewindvoerder recht op vergoeding voor werkzaamheden in verband met een verhuizing van de rechthebbende? OverwegingUit de toelichting over art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning volgt dat een bewindvoerder recht heeft op een adequate beloning voor werkzaamheden die hij moet verrichten met betrekking tot een verhuizing van de rechthebbende als er geen mentor is die de verhuizing kan regelen. Met de hiervoor genoemde uitgangspunten die aan de Regeling beloning ten grondslag liggen, strookt dat de bewindvoerder steeds recht heeft op de beloning van art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning, als de rechthebbende verhuist en er geen mentor is om de verhuizing voor de rechthebbende te regelen. Gelet op de keuze van de wetgever voor een forfaitair systeem dat eenvoudig is te hanteren, is daarbij niet van belang of de rechthebbende zelf in staat is de verhuizing te regelen. Cursussen binnenkort: |
