VAKnieuws
Verval machtiging van rechtswege door verloop termijnRechtsvraagKan de rechter de zorgmachtiging verlengen met twaalf maanden, als op het moment waarop de beslissing wordt genomen de zorgmachtiging al is verlopen? OverwegingDe Hoge Raad oordeelt dat de zorgmachtiging niet verlengd kan worden als de beslissing wordt genomen op een datum waarop de zorgmachtiging reeds is verlopen. Er kan slechts een nieuwe zorgmachtiging van zes maanden worden afgegeven. Cursussen binnenkort: |
|
Prejudiciële vragenRechtsvraagPrejudiciële vragen over de procedures met betrekking tot minderjarige asielzoekers. Overweging
1. Welke onderbouwing van het verzoekschrift, al dan niet gestaafd met (officiële) documenten, mag de rechter in deze fase van het (recente) verblijf van de minderjarige in Nederland van Nidos verwachten afgezet tegen het belang om snel te beslissen? En welke moeite moet Nidos zich hebben getroost om aan de documenten te komen?
Cursussen binnenkort:Al onze cursussenCentrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise. Bekijken |
|
Gevolgen borgstelling voor huwelijksgemeenschapRechtsvraagGelden de schulden waar een van de echtgenoten zich als medeschuldenaar aan heeft verbonden of zich borg voor heeft gesteld als gemeenschapsschulden? OverwegingDe Hoge Raad oordeelt dat de schulden waar een van de echtgenoten zich als medeschuldenaar voor heeft verbonden of zich borg voor heeft gesteld in de huwelijksgemeenschap vallen. Een borg verbindt zich op grond van art. 7:850 lid 1 BW tot nakoming van de verbintenis die de hoofdschuldenaar tegenover zijn schuldeiser heeft of zal krijgen. De borg is daarmee (op grond van art. 7:850 lid 3 BW in beginsel hoofdelijk) aansprakelijk voor de schuld van de hoofdschuldenaar jegens de schuldeiser. Op grond van art. 1:94 lid 5 (oud) BW, dat bepaalt dat de huwelijksgoederengemeenschap in beginsel alle schulden van ieder van de echtgenoten omvat, valt ook een uit borgtocht voortvloeiende schuld van de echtgenoot in de gemeenschap. De (hoofdelijke) aansprakelijkheid van één van de echtgenoten jegens een schuldeiser bepaalt of en voor welke omvang de schuld in de huwelijksgoederengemeenschap valt. Indien een echtgenoot zich als medeschuldenaar (hoofdelijk) heeft verbonden tot nakoming van de gehele schuld (art. 6:7 BW), valt deze schuld krachtens art. 1:94 lid 5 (oud) BW in de gemeenschap. Cursussen binnenkort: |
|
Verhuizing lopende de procedure over het gezag en contactherstelRechtsvraagMocht de moeder toen zij nog belast was met het eenhoofdig gezag met het kind verhuizen? OverwegingDe moeder is tijdens een procedure over het contact tussen de vader en het kind, en over het ouderlijk gezag, met het kind verhuisd naar een locatie 150 km bij de vader vandaan. Een half jaar later heeft de rechtbank bepaald dat de ouders gezamenlijk belast worden met het ouderlijk gezag. In hoger beroep beslist het hof dat de moeder moet terug verhuizen. Het hof overweegt als volgt: Uit Hoge Raad 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1513 volgt dat in geval van gezamenlijk gezag de rechter op grond van artikel 1:253a BW de mogelijkheid heeft om de ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, te verbieden op grote afstand van de andere ouder te gaan wonen, dan wel eerstgenoemde ouder te gelasten om terug te verhuizen, of zich te vestigen op zodanige afstand van de andere ouder dat omgang tussen het kind en die ouder kan plaatsvinden. Ook bij eenhoofdig gezag bestaat een grondslag om de keuzevrijheid van de met het gezag belaste ouder ten aanzien van de woonplaats van het kind te beperken indien deze ouder niet voldoet aan de verplichting omgang tussen het kind en de andere ouder te bevorderen (artikel 1:247 lid 3 BW). [..] Het hof stelt vast dat in dit geval de rechtbank bij de (bestreden) beschikking van 13 augustus 2025 de ouders gezamenlijk, uitvoerbaar bij voorraad, heeft belast met het gezag over het kind en dat geen van partijen van deze beslissing in beroep is gekomen. Er is derhalve sprake van gezamenlijk gezag over het kind. Dit rechtsfeit dat zich heeft voorgedaan dient het hof thans bij de afweging ex nunc te betrekken. Het hof wijst in dit verband naar r.o. 3.1.3. van genoemde uitspraak waarin de Hoge Raad oordeelde dat in het geval de vader ten tijde van de beslissing van het hof inmiddels gezamenlijk met de moeder met het gezag is belast, artikel 1:253a BW voor het hof een grondslag biedt om de moeder te gelasten terug te verhuizen. Het hof is van oordeel dat de moeder niet in het belang van het kind heeft gehandeld door te verhuizen, en ziet geen belemmeringen voor een terugverhuizing. Cursussen binnenkort: |
|
Bruidsgave naar Iraans rechtRechtsvraagMoet de man de bruidsgave betalen aan de vrouw? OverwegingPartijen zijn in Iran gehuwd. Inmiddels wonen zij beiden in Nederland en hebben zij de Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft in Nederland de echtscheiding verzocht, en die is ook uitgesproken. De vrouw doet een beroep op de bruidsgave, zoals overeengekomen in de Iraanse huwelijksakte. Het hof oordeelt dat het Iraans recht van toepassing is op de vraag of de man de bruidsgave aan de vrouw moet betalen. Of de man de bruidsgave moet betalen, is afhankelijk van de gronden van de religieuze echtscheiding naar Iraans recht. De man heeft aangegeven dat een religieuze echtscheiding in Iran voor hem van belang is. Er loopt daarover nog geen procedure. Het hof concludeert dat, hoewel de Nederlandse rechter bevoegd is hierover te oordelen, het hof het verzoek nu niet kan toewijzen omdat een Iraanse rechter bij een Iraanse echtscheidingsprocedure hier over zal oordelen en dat beter kan dan de Nederlandse rechter. Het hof overweegt als volgt: "Op grond van deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat, alhoewel de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om over het verzoek tot betaling van de bruidsgave te oordelen, het verzoek van de vrouw dienaangaande op dit moment niet kan worden toegewezen. Binnen de hiervoor beschreven context, waarbij de omvang van de eventuele aanspraak van de vrouw naar het toepasselijke recht van Iran pas wordt vastgesteld als partijen zich hebben ingespannen (of hebben kunnen inspannen) om een (religieuze) echtscheiding naar Iraans recht te verkrijgen (met de daarbij behorende kwalificatie van die echtscheiding), komt het verwijzingshof (op dit moment) niet toe aan toe- of afwijzing van het verzoek van de vrouw tot betaling van de bruidsgave. Omdat de omvang van de vordering van de vrouw geenszins vast staat, terwijl de mogelijkheid om deze omvang vastgesteld te krijgen door geen van partijen wordt benut, komt haar verzoek op dit moment dus niet voor toewijzing in aanmerking." Cursussen binnenkort: |
|
Geen noodzaak voor beëindiging gezagRechtsvraagIs er een grond voor de beëindiging van het gezag van de moeder? OverwegingDe minderjarige is onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. Hij woont in een gezinshuis, maar verbljft in de weekende en vakanties bij de moeder. De GI heeft in eerste aanleg de beëindiging van het gezag van de moeder verzocht, en verzocht de GI te belasten met de voogdij over de minderjarige. De rechtbank heeft dit toegewezen. De raad was het destijds niet eens met het verzoek van de GI, maar in hoger beroep vindt de raad dat de rechtbank een juiste beslissing heeft genomen. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank. De moeder draagt nog steeds een groot deel van de zorg over de minderjarige, accepteert dat de minderjarige in het gezinshuis woont en werkt goed samen met de gezinshuisouder. Een beëindiging van het gezag vormt een grote inbreuk op de rechten en plichten van de moeder en de belangen van de minderjarige. Op grond van de huidige omstandigheden is het hof van oordeel dat een beëindiging van het gezag van de moeder geen recht doet aan de feitelijke situatie en dat van de noodzaak voor een dergelijke maatregel onvoldoende is gebleken. Cursussen binnenkort: |
|
Wijziging beslissing voortzetting crisismaatregelRechtsvraagMoet bij een wijziging van de voortzetting van de crisismaatregel opnieuw getoetst worden of aan de voorwaarden voor een crisismaatregel wordt voldaan? OverwegingDe Hoge Raad oordeelt dat bij de beoordeling van een verzoek tot wijziging van de voortzetting van een crisismaatregel opnieuw moet worden beoordeeld of op dat moment aan de voorwaarden voor een crisismaatregel wordt voldaan. In dit geval was eerst een crisismaatregel uitgesproken met de vorm van verplichte zorg 'insluiten'. De verlenging van de crisismaatregel is uitgesproken zonder deze vorm van verplichte zorg. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de voortzetting van de crisismaatregel te wijzigen, met dien verstande dat de vorm van verplichte zorg 'insluiten' er aan wordt toegevoegd. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat psychiatrische problematiek bij de minderjarige niet voorliggend lijkt te zijn, en dat gesloten jeugdhulp passender is. De rechtbank gaat voorbij aan het verweer dat niet langer aan de voorwaarden voor een crisismaatregel wordt voldaan, omdat de voortzetting van de crisismaatregel an sich volgens de rechtbank niet voorligt. De rechtbank heeft de voortzetting van de crisismaatregel gewijzigd en daar de vorm van verplichte zorg 'insluiten' aan toegevoegd. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank had moeten toetsen of op dat moment nog aan de voorwaarden voor een crisismaatregel wordt voldaan. Daarnaast had de rechtbank zich rekenschap moeten geven van de aanvullende zorgvuldigheidseisen met betrekking tot minderjarigen, zoals opgenomen in artikel 2:1 lid 1 Wvggz. Cursussen binnenkort: |
|
Wilsvertrouwensleer wijziging huwelijkse voorwaardenRechtsvraagMocht de man er op vertrouwen dat de wil van de vrouw gericht was op het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden zoals geschied? OverwegingBeschikking na verwijzing door de Hoge Raad. Het hof oordeelt dat de man er niet op mocht vertrouwen dat de vrouw op basis van de toezending van de concept-akten wijziging huwelijksvoorwaarden en de uitleg bij de notaris begreep waarmee zij in 2009 instemde, laat staan dat haar wil gericht was op de rechtsgevolgen die daaruit voortvloeiden. Eenzelfde conclusie geldt voor de wijzigingsakte uit 2016. Uit de beschikking van de Hoge Raad volgt dat op notarissen een waarschuwingsplicht rust voor de gevolgen van de met tussenkomst van een notaris verrichte rechtshandeling, zoals het wijzigen van huwelijkse voorwaarden. De verplichting om op de gevolgen te wijzen en zich ervan te vergewissen dat de partij(en) die gevolgen begrijpt/begrijpen, wint aan gewicht naarmate die gevolgen voor partijen of een van hen nadeliger of riskanter zijn. De wijzigingen van de huwelijkse voorwaarden waren zeer nadelig voor de vrouw. Echter, ook op de man rustte gelet op de genoemde omstandigheden en gelet op de redelijkheid en billijkheid die de verhouding tussen echtgenoten beheerst, in dit geval de plicht om de vrouw goed te informeren over – en te waarschuwen voor – de nadelige gevolgen voor de vrouw van de wijziging van de huwelijkse voorwaarden. Het hof stelt vast dat de man dat heeft nagelaten en oordeelt dat hij zich niet kan verschuilen achter de voorlichting door de notarissen. Cursussen binnenkort: |
|
Verplichting tot meewerken aan religieuze scheidingRechtsvraagKan de man verplicht worden mee te werken aan de islamitische en Iraakse echtscheiding? OverwegingDe rechtbank verplicht de man mee te werken aan de Iraakse en islamitische echtscheiding. Op grond van artikel 1:68 BW is hij daartoe verplicht, tenzij haar zwaarwegende belangen stelt die reden geven om niet mee te werken. Dergelijke belangen heeft de man niet gesteld. De man weigert zijn medewerken, dus de rechtbank verbindt aan de veroordeling een dwangsom. Cursussen binnenkort: |
|
Benadeling gemeenschapRechtsvraagHeeft de vrouw de gemeenschap benadeeld? OverwegingDe vrouw had tijdens het huwelijk een woning in Turkije in eigendom. De woning behoorde tot de huwelijksgemeenschap. De vrouw heeft de woning kort voor de ontbinding van de huwelijksgemeenschap overgedragen aan haar moeder en haar moeder heeft de woning aan een derde verkocht. De vrouw stelt dat partijen de woning hadden gefinancierd met een lening van haar moeder, en dat zij de woning aan haar moeder heeft overgedragen ter voldoening van die lening. Het hof oordeelt dat v an verzwijging, zoekmaking of verborgen houden ex artikel 3:194 lid 2 BW geen sprake kan zijn aangezien de huwelijksgoederengemeenschap nog niet was ontbonden op het moment van de overdracht van de woning door de vrouw. Anders gezegd: art. 3:194 lid 2 BW is alleen van toepassing op de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap (zie ook art. 3:189 lid 2 BW). Op de peildatum behoorde de woning echter niet meer tot de huwelijksgoederengemeenschap en kon dus ook geen sprake ervan zijn dat een goed behorend tot de gemeenschap opzettelijk is verzwegen, zoekgemaakt of verborgen is gehouden, zoals bedoel in art. 3:194 lid 2 BW. Het hof oordeelt dat de vrouw de gemeenschap wel heeft benadeeld in de zin van artikel 1:164 lid 1 BW, doordat zij de woning aan haar moeder heeft overgedragen zonder daarvoor een tegenprestatie ten goede te laten komen aan de huwelijksgoederengemeenschap. De door de vrouw gestelde lening bij haar moeder, met welke schuld de vordering tot betaling van een koopsom zou zijn verrekend, is, gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door de man, immers niet aangetoond. Door de vrouw zijn geen objectieve gegevens of verificatoire bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat de woning is aangeschaft met een lening bij haar moeder. Het hof veroordeelt de vrouw de aangerichte schade ter zake die benadeling aan de (inmiddels ontbonden) gemeenschap te vergoeden. Cursussen binnenkort: |
|
Zorgregeling ten tijde van mondelinge behandeling in hoger beroep alweer gewijzigd in eerste aanlegRechtsvraagKan het hof nog beslissen als de zorgregeling waartegen in hoger beroep is gekomen, in eerste aanleg al is gewijzigd? OverwegingDe moeder is in hoger beroep gekomen tegen onder meer een beslissing over de zorgregeling. Tegen de tijd dat haar verzoek in hoger beroep werd beoordeeld, was de zorgregeling in eerste aanleg al gewijzigd. Het hof stelt vast dat de zorgregeling waartegen hoger beroep is ingesteld niet langer geldt, maar dat de moeder nog wel belang heeft bij de beoordeling van haar hoger beroep. Het hof dient bij de beoordeling wel te kijken naar de feiten zoals zij op het moment van beoordelen zijn. Gelet op de gewijzigde omstandigheden, wijst het hof het verzoek van de moeder af. Cursussen binnenkort: |
|
Peildatum waarde woningRechtsvraagNaar welke peildatum moet in de verdeling de waarde van de woning bepaald worden? OverwegingPartijen hebben in 2018 bij het hof een schikking bereikt over de wijze van verdeling van de woning. Die hebben zij niet volledig uitgevoerd. In 2024 is de woning nog steeds niet verdeeld. De man heeft de woning verkocht en de notaris heeft de helft van de overwaarde in depot gelaten. In geschil is de vraag of de vrouw recht heeft op de helft van de overwaarde anno 2024 of dat zij recht heeft op de helft van de overwaarde anno 2018. Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank dat de vrouw recht heeft op de helft van de overwaarde anno 2018. Partijen hebben immers in 2018 al afspraken gemaakt over de verdeling en de vrouw heeft nadien ook geen kosten betaald voor de woning en geen gebruiksvergoeding verzocht. Partijen hebben zich gedragen alsof de woning in 2018 al verdeeld was. Cursussen binnenkort: |
