VAKnieuws
Inschrijving echtscheiding in TurkijeRechtsvraagMoet de vrouw meewerken aan de inschrijving van de echtscheiding in Turkije, en op welke manier? OverwegingDe vrouw wil een erkenningsprocedure volgen in Turkije samen met de procedure over de verdeling van het vermogen in Turkije. De voorzieningenrechter verplicht de vrouw mee te werken aan de inschrijving van de in Nederland uitgesproken echtscheiding, middels inschrijving bij het Turkse consulaat. Voor het geval de vrouw niet meewerkt, verleent de voorzieningenrechter aan de man vervangende toestemming, in de plaats van de toestemming van de vrouw, voor het inschrijven van de echtscheiding bij het Turkse consulaat. Cursussen binnenkort: |
|
Rechtsmacht Nederlandse rechterRechtsvraagKan de rechter terugkomen op de beslissing in de tussenbeschikking dat de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over de nevenvoorzieningen? OverwegingDe rechter heeft in de tussenbeschikking, waarin de echtscheiding is uitgesproken, geoordeeld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft voor wat betreft de verzochte nevenvoorzieningen. Volgens de vrouw is op grond van het Braziliaans wetboek van Burgerlijke rechtsvordering de Braziliaanse rechter uitsluitend bevoegd om de bezittingen die zich in Brazilië bevinden te verdelen. De man betwist dit. Uitgangspunt is dat als de rechter in een tussenbeschikking op één of meer geschilpunten uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist, daar in het verdere verloop van de procedure niet op mag worden terugkomen. Voor aanvaarding van een uitzondering is slechts plaats in het geval dat bijzondere omstandigheden het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan een dergelijke eindbeslissing zou zijn gebonden. Dit kan met name het geval zijn indien sprake is van een evidente feitelijke (of juridische) misslag van de rechter of indien de desbetreffende beslissing blijkt te berusten op een, niet aan de belanghebbende partij toe te rekenen, onjuiste feitelijke grondslag. Gelet op de ratio van deze regel – de beperking van het processuele debat – dient de rechter bij het aanvaarden van dergelijke uitzonderingen evenwel grote terughoudendheid in acht te nemen. De rechter verwijst naar de tussenbeschikking en ziet geen ruimte voor een ander oordeel. Cursussen binnenkort:Al onze cursussenCentrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise. Bekijken |
|
Omgangsregeling met grootouderRechtsvraagZijn er redenen om omgang tussen de minderjarige en de grootmoeder te ontzeggen? OverwegingDe kinderrechter oordeelt dat er grond is om de omgang tussen de oma en de minderjarige te ontzeggen. De oma heeft wel family life met de minderjarige, omdat de moeder en de minderjarige langere tijd bij haar hebben gewoond. De oma heeft ook veel zorg gedragen voor de minderjarige. Door de verstoorde relatie tussen de oma en de moeder, is de kinderrechter van oordeel dat omgang met de oma ernstig nadeel zou kunnen opleveren voor de minderjarige. De moeder kan die omgang namelijk niet dragen. Daarnaast kan omgang tussen de oma en de minderjarige in de weg gaan staan in de band tussen de moeder en de minderjarige. De kinderrechter schrijft een bijzondere brief aan de minderjarige, die de moeder op latere leeftijd wanneer zij het geschikt acht, aan de minderjarige kan voorlezen of geven. Cursussen binnenkort: |
|
Eenhoofdig gezag op verzoek Raad voor de KinderbeschermingRechtsvraagStaat het beëindigen van het gezag van de vader in een redelijke verhouding tot het doel om de ontwikkelingsbedreiging van het kind weg te nemen? OverwegingDe rechtbank beëindigt op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming het ouderlijk gezag van de vader, zodat de moeder belast wordt met het eenhoofdig gezag. Er is een jarenlange strijd tussen de ouders waardoor het kind klem zit. Ondertoezichtstelling heeft geen verschil kunnen maken. Inmiddels is duidelijk dat hier niet sprake is van de situatie "waar er twee strijden hebben er twee schuld". De vader gaat niet alleen de strijd aan met de moeder maar ook met hulpverlening. Hij is wantrouwend naar de overheid en staat niet open voor andere visies dan die van hemzelf. Hij accepteert de moeder niet in het leven van het kind. Na schorsing van het gezag van beide ouders is het kind opgebloeid. De moeder kan wel het gezag houden en ondertoezichtstelling is niet meer nodig, omdat de moeder goed meewerkt met de hulpverlening en er ook geen zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de moeder. Het recht op omgang wordt niet aan de vader ontzegd maar wel wordt aan hem een stappenplan opgelegd als voorwaarde voor het hervatten van contact met het kind. Dit stappenplan omvat onder andere psycho-educatie en psychologisch diagnostisch onderzoek. Cursussen binnenkort: |
|
Raadsonderzoek bij voorlopige voorzieningRechtsvraagKan een raadsonderzoek al bij voorlopige voorziening worden gelast? OverwegingDe rechtbank gelast bij de eindbeslissing op de voorlopige voorzieningen al een raadsonderzoek, rekening houdend met de lange wachttijden bij de rechtbank voor de behandeling van de bodemprocedure en de lange wachttijden bij de raad voor de kinderbescherming. Cursussen binnenkort: |
|
Onderhoudsverplichting stiefouderRechtsvraagIs het feit dat de moeder getrouwd is een rechtens relevante wijziging van omstandigheden die reden geeft om de kinderalimentatie te wijzigen? En moet de draagkracht van de stiefouder worden meegenomen, terwijl de ouders samen al ruim voldoende draagkracht hebben om in de behoefte van de kinderen te voorzien? OverwegingDe rechtbank wijst het verzoek van de vader tot wijziging van de kinderalimentatie af. De rechtbank motiveert tweeledig. Enerzijds anticipeert de rechtbank op het plan van de wetgever om de stiefouderverplichting af te schaffen. Anderzijds haalt de rechtbank de uitspraak van het hof Den Haag van 8 januari 2025 (ECLI:NL:GHDHA:2025:93) aan, waarin wordt overwogen dat een redelijke wetstoepassing met zich mee brengt dat bij voldoende draagkracht een wijziging in de inkomens- of gezinssituatie van partijen nog geen relevante wijziging van omstandigheden vormt die noopt tot herberekening en aanpassing van de overeengekomen onderhoudsbijdrage en een andere onderlinge verdeling van de kosten van de kinderen. In de zaak bij het hof ging het om de geboorte van een nieuw kind. De rechtbank past het analoog toe op de onderliggende situatie, waarin de wijziging van omstandigheden is dat de vrouw getrouwd is. Nu de ouders samen een draagkracht hebben die de behoefte van de kinderen ruim overstijgt, ziet de rechtbank geen grondslag om de draagkracht van de stiefvader ook mee te nemen. Cursussen binnenkort: |
|
Verplichting tot meewerken aan religieuze scheidingRechtsvraagKan de man verplicht worden mee te werken aan de islamitische en Iraakse echtscheiding? OverwegingDe rechtbank verplicht de man mee te werken aan de Iraakse en islamitische echtscheiding. Op grond van artikel 1:68 BW is hij daartoe verplicht, tenzij haar zwaarwegende belangen stelt die reden geven om niet mee te werken. Dergelijke belangen heeft de man niet gesteld. De man weigert zijn medewerken, dus de rechtbank verbindt aan de veroordeling een dwangsom. Cursussen binnenkort: |
|
Toepassing Syrisch huwelijksvermogensrechtRechtsvraagMoeten de eigendommen bij helfte worden verdeeld? OverwegingDe vrouw wil dat de goederen en het vermogen bij helfte worden verdeeld. Maar het Syrisch huwelijksvermogensrecht is van toepassing. Het Syrisch recht kent geen algehele gemeenschap van goederen. De inboedel moet bij helfte worden verdeeld en partijen moeten beiden de helft van de schulden betalen. Cursussen binnenkort: |
|
Ouderlijk gezag niet ter vrije bepaling oudersRechtsvraagKunnen de ouders afspreken dat een van het met het eenhoofdig gezag belast zal worden? OverwegingHet ouderlijk gezag staat niet ter vrije bepaling van partijen. Het ouderlijk gezag omvat namelijk niet alleen het recht maar ook de plicht tot verzorging en opvoeding van het kind. De ouders kunnen dus niet in het ouderschapsplan overeenkomen dat de vrouw met het eenhoofdig gezag belast zal worden en dat de man er aan zal meewerken om dit te bewerkstelligen. De rechtbank toetst of is voldaan aan een van de gronden uit artikel 1:251a BW maar is van oordeel dat daar niet aan is voldaan. Het hof wijst het verzoek om de vrouw met het eenhoofdig gezag te belasten daarom af. Cursussen binnenkort: |
|
Erkenning van op 12-jarige leeftijd in Eritrea gesloten huwelijkRechtsvraagKan het huwelijk erkend worden nu het huwelijk in Eritrea is gesloten toen de vrouw 12 jaar oud was? OverwegingDe vrouw heeft de echtscheiding verzocht. De rechtbank moet eerst beoordelen of het huwelijk kan worden erkend. De rechtbank concludeert dat het huwelijk naar Eritrees recht rechtsgeldig is geworden doordat de vrouw en de man na haar meerderjarigheid getrouwd zijn gebleven. Doordat het huwelijk is gesloten toen de vrouw 12 jaar was, is het huwelijk in beginsel niet voor erkenning vatbaar. De rechtbank erkent het huwelijk alsnog omdat de vrouw op meerderjarige leeftijd voor de Nederlandse burgerlijke stand onder ede heeft verklaard dat zij was gehuwd met de man. Daaruit maakt de rechtbank op dat de vrouw op dat moment, terwijl zij al meerderjarig was, het huwelijk erkend wilde zien. Cursussen binnenkort: |
|
Gezamenlijk gezag over gehandicapt kindRechtsvraagIs er reden om het verzoek tot gezamenlijk gezag af te wijzen? OverwegingDe rechtbank oordeelt dat er geen reden is om het gezamenlijk gezag af te wijzen. Ouders hebben een meervoudig gehandicapt kind, met een ingewikkelde medische situatie. Zij kunnen over het algemeen goed samenwerken en samen beslissingen nemen over hun kind. De moeder wil geen gezamenlijk gezag omdat zij bang is dat de ouders het niet met elkaar eens zullen worden wanneer zij een medische noodbeslissing moeten nemen. De rechtbank oordeelt dat dit geen reden is om het gezamenlijk gezag af te wijzen. Ook ouders die nog samen zijn kunnen in een medische noodsituatie het oneens zijn met elkaar. Cursussen binnenkort: |
|
Geslachtsaanduiding XRechtsvraagKan een non-binaire geslachtsaanduiding X worden opgenomen op de geboorte-akte? OverwegingDe rechtbank beoordeelt (zonder mondelinge behandeling) het verzoek naar de maatstaven van artikel 1:28 BW, welk artikel geldt voor de wijziging van het geslacht naar het andere geslacht. De wet biedt nog geen grond voor een non-binaire geslachtsaanduiding. De rechtbank acht van belang dat er tegenwoordig wel een maatschappelijke erkenning is hiervoor. De wet levert naar het oordeel van de rechtbank een ongerechtvaardigd en ongeoorloofd onderscheid op tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben buiten de exclusief mannelijke of vrouwelijk geslachtsaanduiding te vallen (non-binair), als bedoeld in artikel 26 IVBPR en artikel 1 lid 2 van Protocol nr. 12 EVRM. Een geslachtsaanduiding X moet volgens de rechtbank daarom kunnen. Naar het oordeel van de rechtbank is een genderbeleving geen objectief verifieerbaar gegeven dat door een deskundige is vast te stellen. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het vereiste van een deskundigeverklaring ex 1:28a BW. De rechtbank stelt zelf vast dat bij de verzoekende persoon sprake is van een duurzame overtuiging over diens genderidentiteit. Verder stelt de rechtbank vast dat de beslissing een wijziging van de geslachtsaanduiding te vragen niet lichtzinnig heeft genomen. De rechtbank wijst het verzoek toe. Cursussen binnenkort: |
