VAKnieuws

Omgangsregeling met grootouder

Nr: 26089 Rechtbank Rotterdam, 11-08-2026 ECLI:NL:RBROT:2026:9853 Jurisprudentie Geschilbeslechting Gezag en omgang 1:377a BW

Rechtsvraag

Zijn er redenen om omgang tussen de minderjarige en de grootmoeder te ontzeggen?

Overweging

De kinderrechter oordeelt dat er grond is om de omgang tussen de oma en de minderjarige te ontzeggen. De oma heeft wel family life met de minderjarige, omdat de moeder en de minderjarige langere tijd bij haar hebben gewoond. De oma heeft ook veel zorg gedragen voor de minderjarige. 

Door de verstoorde relatie tussen de oma en de moeder, is de kinderrechter van oordeel dat omgang met de oma ernstig nadeel zou kunnen opleveren voor de minderjarige. De moeder kan die omgang namelijk niet dragen. Daarnaast kan omgang tussen de oma en de minderjarige in de weg gaan staan in de band tussen de moeder en de minderjarige. 

De kinderrechter schrijft een bijzondere brief aan de minderjarige, die de moeder op latere leeftijd wanneer zij het geschikt acht, aan de minderjarige kan voorlezen of geven.

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder
 

Eenhoofdig gezag op verzoek Raad voor de Kinderbescherming

Nr: 26084 Rechtbank Rotterdam, 24-07-2026 ECLI:NL:RBROT:2026:9012 Jurisprudentie Geschilbeslechting Jeugdrecht 1:266 BW; 1:267 BW.

Rechtsvraag

Staat het beëindigen van het gezag van de vader in een redelijke verhouding tot het doel om de ontwikkelingsbedreiging van het kind weg te nemen?

Overweging

De rechtbank beëindigt op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming het ouderlijk gezag van de vader, zodat de moeder belast wordt met het eenhoofdig gezag. Er is een jarenlange strijd tussen de ouders waardoor het kind klem zit. Ondertoezichtstelling heeft geen verschil kunnen maken. Inmiddels is duidelijk dat hier niet sprake is van de situatie "waar er twee strijden hebben er twee schuld". De vader gaat niet alleen de strijd aan met de moeder maar ook met hulpverlening. Hij is wantrouwend naar de overheid en staat niet open voor andere visies dan die van hemzelf. Hij accepteert de moeder niet in het leven van het kind. Na schorsing van het gezag van beide ouders is het kind opgebloeid. De moeder kan wel het gezag houden en ondertoezichtstelling is niet meer nodig, omdat de moeder goed meewerkt met de hulpverlening en er ook geen zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de moeder. Het recht op omgang wordt niet aan de vader ontzegd maar wel wordt aan hem een stappenplan opgelegd als voorwaarde voor het hervatten van contact met het kind. Dit stappenplan omvat onder andere psycho-educatie en psychologisch diagnostisch onderzoek.

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder

Al onze cursussen

Centrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise.

Bekijken
 

Raadsonderzoek bij voorlopige voorziening

Nr: 26062 Rechtbank Rotterdam, 16-06-2026 ECLI:NL:RBAMS:2026:6078 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Procesrecht
Gezag en omgang
821 Rv; 810 Rv.

Rechtsvraag

Kan een raadsonderzoek al bij voorlopige voorziening worden gelast?

Overweging

De rechtbank gelast bij de eindbeslissing op de voorlopige voorzieningen al een raadsonderzoek, rekening houdend met de lange wachttijden bij de rechtbank voor de behandeling van de bodemprocedure en de lange wachttijden bij de raad voor de kinderbescherming.

Lees verder
 

Onderhoudsverplichting stiefouder

Nr: 26060 Rechtbank Rotterdam, 11-05-2026 ECLI:NL:RBROT:2026:6580 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Alimentatie 1:395 BW; 1:397 BW; 1:401 BW

Rechtsvraag

Is het feit dat de moeder getrouwd is een rechtens relevante wijziging van omstandigheden die reden geeft om de kinderalimentatie te wijzigen? En moet de draagkracht van de stiefouder worden meegenomen, terwijl de ouders samen al ruim voldoende draagkracht hebben om in de behoefte van de kinderen te voorzien?

Overweging

De rechtbank wijst het verzoek van de vader tot wijziging van de kinderalimentatie af. De rechtbank motiveert tweeledig. Enerzijds anticipeert de rechtbank op het plan van de wetgever om de stiefouderverplichting af te schaffen. Anderzijds haalt de rechtbank de uitspraak van het hof Den Haag van 8 januari 2025 (ECLI:NL:GHDHA:2025:93) aan, waarin wordt overwogen dat een redelijke wetstoepassing met zich mee brengt dat bij voldoende draagkracht een wijziging in de inkomens- of gezinssituatie van partijen nog geen relevante wijziging van omstandigheden vormt die noopt tot herberekening en aanpassing van de overeengekomen onderhoudsbijdrage en een andere onderlinge verdeling van de kosten van de kinderen. In de zaak bij het hof ging het om de geboorte van een nieuw kind. De rechtbank past het analoog toe op de onderliggende situatie, waarin de wijziging van omstandigheden is dat de vrouw getrouwd is. Nu de ouders samen een draagkracht hebben die de behoefte van de kinderen ruim overstijgt, ziet de rechtbank geen grondslag om de draagkracht van de stiefvader ook mee te nemen.

Lees verder
 

Verplichting tot meewerken aan religieuze scheiding

Nr: 26029 Rechtbank Rotterdam, 25-02-2026 ECLI:NL:RBROT:2026:1641 Jurisprudentie Geschilbeslechting Echtscheiding 1:68 BW

Rechtsvraag

Kan de man verplicht worden mee te werken aan de islamitische en Iraakse echtscheiding?

Overweging

De rechtbank verplicht de man mee te werken aan de Iraakse en islamitische echtscheiding. Op grond van artikel 1:68 BW is hij daartoe verplicht, tenzij haar zwaarwegende belangen stelt die reden geven om niet mee te werken. Dergelijke belangen heeft de man niet gesteld. De man weigert zijn medewerken, dus de rechtbank verbindt aan de veroordeling een dwangsom.

Lees verder
 

Ouderlijk gezag niet ter vrije bepaling ouders

Nr: 26024 Rechtbank Rotterdam, 12-02-2026 ECLI:NL:RBROT:2026:1883 Jurisprudentie Rechtseenheid Gezag en omgang 1:251a BW

Rechtsvraag

Kunnen de ouders afspreken dat een van het met het eenhoofdig gezag belast zal worden?

Overweging

Het ouderlijk gezag staat niet ter vrije bepaling van partijen. Het ouderlijk gezag omvat namelijk niet alleen het recht maar ook de plicht tot verzorging en opvoeding van het kind. De ouders kunnen dus niet in het ouderschapsplan overeenkomen dat de vrouw met het eenhoofdig gezag belast zal worden en dat de man er aan zal meewerken om dit te bewerkstelligen. De rechtbank toetst of is voldaan aan een van de gronden uit artikel 1:251a BW maar is van oordeel dat daar niet aan is voldaan. Het hof wijst het verzoek om de vrouw met het eenhoofdig gezag te belasten daarom af.

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder
 

Toepassing Syrisch huwelijksvermogensrecht

Nr: 26023 Rechtbank Rotterdam, 12-02-2026 ECLI:NL:RBROT:2026:1651 Jurisprudentie Geschilbeslechting Huwelijksvermogensrecht
IPR
Huwelijksvermogensverdrag 1978

Rechtsvraag

Moeten de eigendommen bij helfte worden verdeeld?

Overweging

De vrouw wil dat de goederen en het vermogen bij helfte worden verdeeld. Maar het Syrisch huwelijksvermogensrecht is van toepassing. Het Syrisch recht kent geen algehele gemeenschap van goederen. De inboedel moet bij helfte worden verdeeld en partijen moeten beiden de helft van de schulden betalen.

Lees verder
 

Erkenning van op 12-jarige leeftijd in Eritrea gesloten huwelijk

Nr: 26003 Rechtbank Rotterdam, 08-01-2026 ECLI:NL:RBROT:2026:3 Jurisprudentie Rechtseenheid Algemeen
Procesrecht
10:31 BW en 10:32 BW

Rechtsvraag

Kan het huwelijk erkend worden nu het huwelijk in Eritrea is gesloten toen de vrouw 12 jaar oud was?

Overweging

De vrouw heeft de echtscheiding verzocht. De rechtbank moet eerst beoordelen of het huwelijk kan worden erkend. De rechtbank concludeert dat het huwelijk naar Eritrees recht rechtsgeldig is geworden doordat de vrouw en de man na haar meerderjarigheid getrouwd zijn gebleven. Doordat het huwelijk is gesloten toen de vrouw 12 jaar was, is het huwelijk in beginsel niet voor erkenning vatbaar. De rechtbank erkent het huwelijk alsnog omdat de vrouw op meerderjarige leeftijd voor de Nederlandse burgerlijke stand onder ede heeft verklaard dat zij was gehuwd met de man. Daaruit maakt de rechtbank op dat de vrouw op dat moment, terwijl zij al meerderjarig was, het huwelijk erkend wilde zien.

Lees verder
 

Gezamenlijk gezag over gehandicapt kind

Nr: 25109 Rechtbank Rotterdam, 05-11-2025 ECLI:NL:RBROT:2025:13125 Jurisprudentie Geschilbeslechting Gezag en omgang 1:253c lid 1 BW

Rechtsvraag

Is er reden om het verzoek tot gezamenlijk gezag af te wijzen?

Overweging

De rechtbank oordeelt dat er geen reden is om het gezamenlijk gezag af te wijzen. Ouders hebben een meervoudig gehandicapt kind, met een ingewikkelde medische situatie. Zij kunnen over het algemeen goed samenwerken en samen beslissingen nemen over hun kind. De moeder wil geen gezamenlijk gezag omdat zij bang is dat de ouders het niet met elkaar eens zullen worden wanneer zij een medische noodbeslissing moeten nemen. De rechtbank oordeelt dat dit geen reden is om het gezamenlijk gezag af te wijzen. Ook ouders die nog samen zijn kunnen in een medische noodsituatie het oneens zijn met elkaar.

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder
 

Geslachtsaanduiding X

Nr: 25106 Rechtbank Rotterdam, 15-10-2025 ECLI:NL:RBROT:2025:12352 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Algemeen 1:28 BW; 1:28a BW: 26 IVBPR

Rechtsvraag

Kan een non-binaire geslachtsaanduiding X worden opgenomen op de geboorte-akte?

Overweging

De rechtbank beoordeelt (zonder mondelinge behandeling) het verzoek naar de maatstaven van artikel 1:28 BW, welk artikel geldt voor de wijziging van het geslacht naar het andere geslacht. De wet biedt nog geen grond voor een non-binaire geslachtsaanduiding. De rechtbank acht van belang dat er tegenwoordig wel een maatschappelijke erkenning is hiervoor.  De wet levert naar het oordeel van de rechtbank een ongerechtvaardigd en ongeoorloofd onderscheid op tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben buiten de exclusief mannelijke of vrouwelijk geslachtsaanduiding te vallen (non-binair), als bedoeld in artikel 26 IVBPR en artikel 1 lid 2 van Protocol nr. 12 EVRM. Een geslachtsaanduiding X moet volgens de rechtbank daarom kunnen. 

Naar het oordeel van de rechtbank is een genderbeleving geen objectief verifieerbaar gegeven dat door een deskundige is vast te stellen. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het vereiste van een deskundigeverklaring ex 1:28a BW. De rechtbank stelt zelf vast dat bij de verzoekende persoon  sprake is van een duurzame overtuiging over diens genderidentiteit. Verder stelt de rechtbank vast dat de beslissing een wijziging van de geslachtsaanduiding te vragen niet lichtzinnig heeft genomen. De rechtbank wijst het verzoek toe.

Lees verder
 

Familylife

Nr: 25102 Rechtbank Rotterdam, 02-10-2025 ECLI:NL:RBROT:2025:11766 Jurisprudentie Geschilbeslechting Gezag en omgang 1:377a BW; 8 EVRM

Rechtsvraag

Is de vader ontvankelijk in zijn verzoek over een omgangsregeling?

Overweging

De vader heeft het kind niet erkend. Hij verzoekt een omgangsregeling. De moeder betwist dat hij ontvankelijk is. De rechtbank oordeelt dat de vader familylife heeft gehad met de minderjarige, en dat hij daarom ontvankelijk is. De moeder betwist niet dat zij na de geboorte nog bij de vader heeft gewoond met de minderjarige en uit onder meer de door de vader overgelegde foto's blijkt dat de vader vanaf de geboorte totdat de minderjarige een kleuter was, contact heeft gehad met de minderjarige. De rechtbank overweegt: " Voor ‘family life’ is de mate van betrokkenheid bij de minderjarige niet doorslaggevend. Voldoende is dat de man, in dit geval door verzorging van en contact met de minderjarige, zijn betrokkenheid bij haar heeft getoond, hetgeen ook blijkt uit de foto’s die de man heeft overgelegd ."

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder
 

Voorlopige voorziening partneralimentatie mogelijk zolang de afwijzende beslissing in de bodem nog niet onherroepelijk is

Nr: 25082 Rechtbank Rotterdam, 02-07-2025 ECLI:NL:RBROT:2025:8821 Jurisprudentie Rechtseenheid Alimentatie
Echtscheiding
Procesrecht
821 Rv; 822 Rv; 826 Rv

Rechtsvraag

Kan de vrouw nog om een voorlopige voorziening partneralimentatie verzoeken nadat de rechtbank haar verzoek in de bodemprocedure heeft afgewezen?

Overweging

De rechtbank overweegt dat een voorlopige voorziening op grond van artikel 821 Rv kan worden verzocht tot het moment waarop zo'n voorziening haar kracht verliest. De man heeft hoger beroep aangetekend tegen de beslissing van de rechtbank in de bodemprocedure, maar niet tegen de afwijzing van de door de vrouw verzochte partneralimentatie. De vrouw kan nog incidenteel hoger beroep aantekenen tegen de afwijzing van haar verzoek om partneralimentatie en stelt dat zij ook van plan is dit te doen. De afwijzende beslissing ten aanzien van de partneralimentatie is dus nog niet onherroepelijk en daarom kan de vrouw een voorlopige voorziening partneralimentatie verzoeken.

Lees verder