VAKnieuws

Erkenning afgewezen

Nr: 26072 Gerechtshof Den Haag, 20-05-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:1803 Jurisprudentie Geschilbeslechting Erkenning 1:204 lid 3 BW

Rechtsvraag

Moet de vader vervangende toestemming krijgen om het kind te erkennen?

Overweging

Het hof oordeelt dat als uitgangspunt geldt dat de man waarvan vaststaat dat hij de verwekker van het kind is, het kind mag erkennen zodat de familierechtelijke betrekking ook juridisch wordt vastgelegd. Toch bekrachtigt het hof de afwijzende beslissing van de rechtbank. Zowel de moeder als het kind zijn getraumatiseerd en erkenning zal de moeder zodanig psychisch uit evenwicht brengen dat zij niet in staat is om de al zeer kwetsbare minderjarige een stabiel opvoedingsklimaat te bieden. Het hof laat in het midden wat de oorzaak is van het trauma. Het hof acht de door de man gewenste erkenning niet in het belang van de minderjarige. 

Lees verder
 

Wagonstelsel

Nr: 26071 Gerechtshof Den Haag, 12-05-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:1769 Jurisprudentie Geschilbeslechting Huwelijksvermogensrecht
IPR
artikel 5 van het Haags Protocol 2007; artikel 8 Haags Huwelijksvermogensrecht Verdrag

Rechtsvraag

Vallen de vruchten van een privé-goed, die onder het Italiaanse recht in de gemeenschap vielen, na het van toepassing worden van het Nederlandse recht buiten de gemeenschap?

Overweging

Het appartement is door de man vóór het huwelijk in eigendom verkregen en viel naar Italiaans recht niet in de huwelijksgemeenschap. Dat met ingang van 10 juli 2013 het Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogen van partijen, verandert de status van het appartement als privé-eigendom van de man niet. In artikel 1:94 lid 6 BW (oud) is bepaald dat vruchten van goederen die niet in de gemeenschap vallen, evenmin in de gemeenschap vallen.  Het hof acht geen grond aanwezig om op uit dit appartement voortkomende vruchten – de huuropbrengsten – na 10 juli 2013 wél een ander regime van toepassing te verklaren. Het hof oordeelt dat de vruchten uit het privévermogensbestanddeel (ook) in dit opzicht dat bestanddeel volgens, en dus blijven ook op de uit het bestanddeel voortkomende vruchten het Italiaans recht van toepassing en vallen ook de vruchten niet in de huwelijksgemeenschap.

 

Lees verder

Al onze cursussen

Centrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise.

Bekijken
 

Nakoming echtscheidingsconvenant

Nr: 26070 Gerechtshof Den Haag, 12-05-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:1805 Jurisprudentie Rechtseenheid Echtscheiding 2:5 BW

Rechtsvraag

Kunnen de besloten vennootschappen van de man ook worden aangesproken voor de nakoming van de afspraken uit het echtscheidingsconvenant?

Overweging

De vrouw vordert nakoming van het echtscheidingsconvenant van de man én van de besloten vennootschappen waar hij enig aandeelhouder van is. Het hof oordeelt dat de man niet vereenzelvigd kan worden met de vennootschappen, omdat de vennootschappen op grond van artikel 2:5 BW zelfstandige entiteiten zijn. De vennootschappen waren e n zijn geen partij bij het door de man en de vrouw gesloten echtscheidingsconvenant. Nakoming van afspraken in het echtscheidingsconvenant kan dus niet van voormelde vennootschappen worden gevorderd. 

Het hof verwijst de zaak voor wat betreft de alimentatieverzoeken naar de verzoekschriftprocedure.

Lees verder
 

Gedwongen statusvoorlichting

Nr: 26049 Gerechtshof Den Haag, 15-04-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:1363 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Algemeen
Gezag en omgang
8 EVRM; 7 en 8 IVRK, 1:377a BW

Rechtsvraag

Moet de moeder het kind vertellen wie de vader is?

Overweging

Het hof veroordeelt de moeder tot medewerking aan een statusvoorlichtingstraject waarin de minderjarige wordt verteld wie diens vader is. Het hof heeft aan deze veroordeling dwangsommen opgelegd. Het hof overweegt dat een kind op grond van artikel 8 EVRM en artikelen 7 en 8 IVRK het recht heeft om te weten van wie het afstamt.

Cursussen binnenkort:

Lees verder
 

Privéschool

Nr: 26068 Gerechtshof Den Haag, 18-03-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:1820 Jurisprudentie Geschilbeslechting Gezag en omgang 1:253a BW

Rechtsvraag

Mag van een ouder verwacht worden dat hij meebetaalt aan privéonderwijs?

Overweging

De vader verzoekt vervangende toestemming om de minderjarige in te schrijven op een openbare school. De minderjarige gaat naar een internationale privéschool. Het hof wijst het verzoek van de vader toe en overweegt dat van een ouder niet mag worden verwacht dat hij mee betaalt aan de hoge kosten voor privéonderwijs als hij het niet eens is met die schoolkeuze. 

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder
 

Zorgregeling ten tijde van mondelinge behandeling in hoger beroep alweer gewijzigd in eerste aanleg

Nr: 26033 Gerechtshof Den Haag, 25-02-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:342 Jurisprudentie Geschilbeslechting Erkenning
Gezag en omgang
1:253a BW

Rechtsvraag

Kan het hof nog beslissen als de zorgregeling waartegen in hoger beroep is gekomen, in eerste aanleg al is gewijzigd?

Overweging

De moeder is in hoger beroep gekomen tegen onder meer een beslissing over de zorgregeling. Tegen de tijd dat haar verzoek in hoger beroep werd beoordeeld, was de zorgregeling in eerste aanleg al gewijzigd. Het hof stelt vast dat de zorgregeling waartegen hoger beroep is ingesteld niet langer geldt, maar dat de moeder nog wel belang heeft bij de beoordeling van haar hoger beroep. Het hof dient bij de beoordeling wel te kijken naar de feiten zoals zij op het moment van beoordelen zijn. Gelet op de gewijzigde omstandigheden, wijst het hof het verzoek van de moeder af.

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder
 

Benadeling gemeenschap

Nr: 26034 Gerechtshof Den Haag, 25-02-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:341 Jurisprudentie Geschilbeslechting Huwelijksvermogensrecht 3:194 BW, 1:164 BW, 25 Rv.

Rechtsvraag

Heeft de vrouw de gemeenschap benadeeld?

Overweging

De vrouw had tijdens het huwelijk een woning in Turkije in eigendom. De woning behoorde tot de huwelijksgemeenschap. De vrouw heeft de woning kort voor de ontbinding van de huwelijksgemeenschap overgedragen aan haar moeder en haar moeder heeft de woning aan een derde verkocht. De vrouw stelt dat partijen de woning hadden gefinancierd met een lening van haar moeder, en dat zij de woning aan haar moeder heeft overgedragen ter voldoening van die lening. 

Het hof oordeelt dat v an verzwijging, zoekmaking of verborgen houden ex artikel 3:194 lid 2 BW geen sprake kan zijn aangezien de huwelijksgoederengemeenschap nog niet was ontbonden op het moment van de overdracht van de woning door de vrouw. Anders gezegd: art. 3:194 lid 2 BW is alleen van toepassing op de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap (zie ook art. 3:189 lid 2 BW). Op de peildatum behoorde de woning echter niet meer tot de huwelijksgoederengemeenschap en kon dus ook geen sprake ervan zijn dat een goed behorend tot de gemeenschap opzettelijk is verzwegen, zoekgemaakt of verborgen is gehouden, zoals bedoel in art. 3:194 lid 2 BW.

Het hof oordeelt dat de vrouw de gemeenschap wel heeft benadeeld in de zin van artikel 1:164 lid 1 BW, doordat zij de woning aan haar moeder heeft overgedragen  zonder daarvoor een tegenprestatie ten goede te laten komen aan de huwelijksgoederengemeenschap. De door de vrouw gestelde lening bij haar moeder, met welke schuld de vordering tot betaling van een koopsom zou zijn verrekend, is, gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door de man, immers niet aangetoond. Door de vrouw zijn geen objectieve gegevens of verificatoire bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat de woning is aangeschaft met een lening bij haar moeder. Het hof veroordeelt de vrouw de aangerichte schade ter zake die benadeling aan de (inmiddels ontbonden) gemeenschap te vergoeden.

Lees verder
 

Het verrekenbeding en stamrechten

Nr: 26051 Gerechtshof Den Haag, 11-02-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:339 Jurisprudentie Geschilbeslechting Huwelijksvermogensrecht 1:141 BW

Rechtsvraag

Behoren de stamrechten in de B.V. tot het  saldo van belegging van hetgeen verrekend had moeten worden in de zin van artikel 1:141 van het Burgerlijk Wetboek?

Overweging

Het hof herhaalt dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat d e uitleg van een verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden moet plaatsvinden aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Dit betekent dat het antwoord op de vraag of een stamrecht valt aan te merken als overgespaard inkomen dat voor verrekening in aanmerking komt, afhangt van de uitleg die in het concrete geval moet worden gegeven aan het in het desbetreffende verrekenbeding opgenomen inkomensbegrip. Daarbij is niet uitgesloten dat het inkomensbegrip in een concreet geval zo moet worden uitgelegd dat een stamrecht daar niet onder valt, ongeacht hoe het stamrecht is gevormd (zie bijv. HR 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:417).

Het hof oordeelt dat in het geval van deze zaak de stamrechten geen onderdeel uitmaken van het te verrekenen vermogen, omdat de B.V. de stamrechten niet tijdens het huwelijk aan de man heeft uitbetaald.

Lees verder
 

Beleggingsleer bij vergoedingsrechten

Nr: 26019 Gerechtshof Den Haag, 04-02-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:180 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Huwelijksvermogensrecht 1:87 BW

Rechtsvraag

Moet het vergoedingsrecht naar aanleiding van de aflossing op een schuld worden berekend aan de hand van de beleggingsleer op grond van artikel 1:87 lid 2 sub a BW of 1:87 lid 2 sub b BW?

Overweging

In de parlementaire geschiedenis staat vermeld dat in het geval van een vergoedingsrecht dat is ontstaan naar aanleiding van een aflossing op een geldlening die is aangegaan ten behoeve van de koop van een woning, de beleggingsleer ex artikel 1:87 lid 2 sub a BW moet worden toegepast. In dat geval moet de hoogte van het vergoedingsrecht worden berekend als volgt: (hoogte aflossing/waarde woning bij aangaan woning) x waarde woning bij verzilveren vergoedingsrecht. 

Het Hof Den Haag wijkt in deze zaak van de parlementaire geschiedenis is, en beslist dat de hoogte van het vergoedingsrecht volgens de letter van de wet moet worden berekend ex 1:87 lid2 sub b BW, als volgt: (hoogte aflossing/waarde woning op het moment van aflossing) x waarde woning bij verzilveren vergoedingsrecht. Het hof oordeelt dat wat in de parlementaire geschiedenis is overwogen afwijkt van de wettekst en niet juist is, en tot een onredelijke uitkomst leidt. Het hof verwijst naar het artikel van prof. mr. P.C. van Es, ‘Huwelijksvermogensrechtelijk beleggen met voorkennis’, in: J.H.M. ter Haar e.a. (red), Met grootse passen door het recht. Footprints in law (Ars Notariatus nr. 183), Deventer: Wolters Kluwer 2024/7.

Lees verder
 

Intended family life

Nr: 26015 Gerechtshof Den Haag, 21-01-2026 ECLI:NL:GHDHA:2026:54 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Gezag en omgang 8 EVRM

Rechtsvraag

Is de man ontvankelijk in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling?

Overweging

De man is de biologische vader van het kind, en er is nog nooit contact geweest tussen de man en het kind. Het kind is dertien jaar oud. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van family life in de zin van artikel 8 EVRM. H et hof beoordeelt daarom of sprake is van bijkomende feiten en omstandigheden, bestaande uit een duurzaam gebleken wens tot contact (intended family life), op grond waarvan het alsnog zou moeten onderzoeken of het belang van de minderjarige bij dat contact gebaat is. Het hof oordeelt dat daar geen sprake van is. De man heeft onvoldoende gesteld, en de vrouw heeft gemotiveerd betwist, dat er sprake is geweest van een vrijwillige gezamenlijke intentie tot het krijgen van een kind. De man heeft de vrouw mishandeld en is daarvoor veroordeeld. De vrouw is gevlucht toen zij er achter kwam dat zij zwanger was. De twee pogingen die de man in de afgelopen dertien jaar heeft gedaan om contact met het kind te krijgen, acht het hof onvoldoende.

Cursussen binnenkort:

4

Scheidingscongres 2026

04-12-2026
Lees verder
 

Verdeling aandelen uit de huwelijksgemeenschap

Nr: 26006 Gerechtshof Den Haag, 17-12-2025 ECLI:NL:GHDHA:2025:2756 Jurisprudentie Geschilbeslechting Huwelijksvermogensrecht 1:100 BW; 3:185 BW

Rechtsvraag

Hoe moeten de aandelen verdeeld worden en tegen welke waarde?

Overweging

In de ontbonden huwelijksgemeenschap vallen de aandelen in drie vennootschappen. De rechtbank heeft deze aandelen aan de man toegedeeld tegen een waarde van  € 4.675.925,- onder de verplichting de helft van de waarde aan de vrouw te voldoen. De man komt daar tegen op in hoger beroep. Hij vindt dat de aandelen geen waarde hebben omdat de vennootschappen flinke schulden hebben. Een van de vennootschappen is failliet verklaard. De man verzoekt onder meer primair om de aandelen aan de vrouw toe te delen tegen een waarde van nul euro. De vrouw is het daar niet mee eens en vindt dat de bestreden beschikking op dat punt moet worden bekrachtigd, en dat bij vernietiging van de beschikking alsnog een deskundigenonderzoek moet worden gelast naar de waarde van de aandelen en de omvang van de schulden, en de vraag of die door de vennootschappen kunnen worden terugbetaald.

Het hof deelt de aandelen toe aan de vrouw tegen een waarde van nul euro, onder de vermelding dat de vrouw als zij enig aandeelhouder is, zelf kan laten onderzoeken of de man als DGA wanbeleid heeft gevoerd en of er nog geld in de vennootschappen zit.

Lees verder
 

Verhouding voorlopige voorziening en bodemprocedure partneralimentatie

Nr: 25119 Gerechtshof Den Haag, 05-11-2025 ECLI:NL:GHDHA:2025:2305 Jurisprudentie Geschilbeslechting Alimentatie 822 lid 1 sub e Rv; 1:156 BW

Rechtsvraag

Moet de vrouw de - op grond van de voorlopige voorziening - te veel ontvangen partneralimentatie terugbetalen?

Overweging

De bij voorlopige voorziening vastgestelde partneralimentatie is hoger dan de partneralimentatie die het hof in de bodemprocedure vaststelt. Het hof stelt de partneralimentatie in de bodemprocedure vast met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand. Nu de voorlopige voorziening blijft gelden totdat de beslissing over de partneralimentatie in de bodemprocedure in kracht van gewijsde gaat, ontstaat er aan de zijde van de vrouw een terugbetalingsverplichting. Het hof oordeelt dat de vrouw de te veel ontvangen partneralimentatie niet hoeft terug te betalen omdat zij daar geen financiële ruimte voor heeft en omdat de ontvangen partneralimentatie haar behoeftigheid niet overschreed.

Lees verder