VAKnieuws

Ga terug naar het VAKnieuws overzicht

Hoger beroep tegen vastlegging vaststellingsovereenkomst en toepassing beleggingsleer

Nr: 26050 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-04-2026 ECLI:NL:GHARL:2026:2495 Jurisprudentie Rechtseenheid Huwelijksvermogensrecht 3:172 BW; 6:10 BW; 1:96 BW; 1:87 BW

Rechtsvraag

Kan de man in hoger beroep komen tegen de vastlegging van een vaststellingsovereenkomst in de beschikking van de rechtbank? Heeft de man recht op vergoeding van de na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap door hem betaalde hypotheekaflossingen ?

Overweging

In eerste aanleg hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten ten aanzien van de verdeling van de aandelen in de B.V. en de rechtbank heeft die vaststellingsovereenkomst op verzoek van partijen opgenomen in de beschikking. In hoger beroep grieft de man dat de aandelen in de B.V. op een andere manier verdeeld moeten worden. Het hof oordeelt dat de man niet-ontvankelijk is in zijn grief, omdat het geen beslissing van de rechtbank betreft maar een overeenkomst tussen partijen.

De man heeft na de ontbinding van de partnergemeenschap de hypotheekaflossingen betaald. De man vindt dat hij via de weg van de beleggingsleer recht heeft op vergoeding van de door hem voor de vrouw betaalde aflossingen. Het hof overweegt dat de beleggingsleer alleen van toepassing is op betalingen uit privévermogen die hebben plaatsgevonden vóór de ontbinding van de gemeenschap. De man heeft enkel recht op een nominale vergoeding.

Lees verder