VAKnieuws

Ga terug naar het VAKnieuws overzicht

Erkenning huwelijk

Nr: 26063 Rechtbank Noord-Nederland, 12-06-2026 ECLI:NL:RBNNE:2026:2355 Jurisprudentie Rechtseenheid IPR
Procesrecht
Echtscheiding
815 lid 5 Rv; 10:31 BW; 2.8 en 2.10 Wet BRP

Rechtsvraag

Mag de rechter de BRP volgen bij het vaststellen van het al dan niet bestaan van een huwelijk?

Overweging

In de BRP staat vermeld dat partijen gehuwd zijn. De vrouw heeft geen bewijs van het huwelijk kunnen overleggen en tegenstrijdig over de huwelijkssluiting verklaard. De rechter heeft het huwelijk in een eerdere procedure niet erkend. In deze procedure vindt de ambtenaar van de burgerlijke stand dat de rechter het huwelijk wel had moeten erkennen, omdat het huwelijk is vermeld in de BRP en die vermelding op grond van verklaringen onder ede tot stand is gkeomen.

De rechtbank oordeelt dat de bevoegdheid om vast te stellen of sprake is van een (voor erkenning vatbaar) huwelijk uiteindelijk bij de rechter ligt en niet bij het college of (een door het college gemandateerde) gemeentelijk ambtenaar, omdat het hier gaat om de toepassing van materieel recht op een concreet geschil – en dat is naar het stelsel van de wet een rechterlijke taak.

De gemeentelijke ambtenaar registreert rechtsfeiten aan de hand van akten en brondocumenten, maar neemt daarmee geen bindend materieelrechtelijk oordeel over de geldigheid of erkenning van het huwelijk in de zin van het familierecht. De BRP is een basisregistratie met "authentieke gegevens", geen constitutief register: de vermelding van een huwelijk in de BRP is een zwaarwegende administratieve aanwijzing, maar geen rechterlijk oordeel over het bestaan of de rechtsgeldigheid van dat huwelijk. In procedures waarin het huwelijk rechtsgevolgen heeft (echtscheiding, afstamming, gezag, verblijfsrecht, sociale zekerheids- of belastingrechtelijke vragen) is het daarom de rechter die zelfstandig moet beoordelen of van een rechtsgeldig en voor erkenning vatbaar huwelijk sprake is. 
Lees verder