VAKnieuws

Ga terug naar het VAKnieuws overzicht

Redelijkheid en billijkheid

Nr: 26037 Hoge Raad der Nederlanden, 27-03-2026 ECLI:NL:HR:2026:501 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Huwelijksvermogensrecht 6:2 BW; 6:248 BW: 3:12 BW

Rechtsvraag

Is de aanspraak op een onderbedelingsvordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar nadat door verloop van tijd de woning een overwaarde heeft in plaats van een onderwaarde?

Overweging

De rechtbank heeft in 2015 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de woning aan de man wordt toebedeeld. Op dat moment had de woning een onderwaarde. Omdat de man niet de middelen had om de vrouw uit de hypothecaire aansprakelijkheid te ontslaan en de vrouw geen middelen had om de onderbedelingsvordering aan de man te betalen, hebben partijen de levering van de woning aan de man uitgesteld. In 2020 is de woning alsnog aan de man geleverd. Op dat moment had de woning een overwaarde. De man spreekt de vrouw aan om hem alsnog de onderbedelingsvordering te betalen. De vrouw heeft in hoger beroep gesteld dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof heeft bepaald dat de man nog aanspraak maakt op de onderbedelingsvordering, omdat de datum van verdeling in 2015 ligt, ondanks dat pas in 2020 is geleverd. In cassatie klaagt de vrouw dat het hof voorbij is gegaan aan haar stelling dat dit naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De Hoge Raad oordeelt dat deze klacht gegrond is. 

Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof aan een grief van de man voorbij is gegaan. 

De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar een ander hof. 

Lees verder