VAKnieuws
De draagkracht moet verdeeld worden over alle kinderen waarvoor de onderhoudsplichtige een onderhoudsverplichting heeftRechtsvraagHoe moet de rechter om gaan met een gebrek aan gegevens bij samengestelde gezinnen? OverwegingBij het bepalen van de draagkracht van de onderhoudsplichtige ouder moet rekening worden gehouden met onderhoudsverplichtingen jegens andere kinderen. Wanneer een onderhoudsplichtige ouder onderhoudsverplichtingen heeft jegens kinderen uit verschillende relaties, terwijl zijn draagkracht niet voldoende is om aan die verplichtingen volledig te voldoen, moet het voor onderhoud beschikbare bedrag in beginsel gelijkelijk tussen die kinderen worden verdeeld, tenzij bijzondere omstandigheden tot een andere verdeling aanleiding geven, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij een duidelijk verschil in behoefte. Als de rechter niet de beschikking krijgt over de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de behoefte van de kinderen uit de andere relatie en de draagkracht van de andere ouder van die kinderen (hierna: de andere ouder), moet hij die behoefte en draagkracht zoveel als mogelijk schatten aan de hand van de hem wel ter beschikking staande gegevens. Het staat hem daarbij, gelet op de art. 21 en 22 Rv, vrij rekening te houden met het feit dat de benodigde gegevens niet verstrekt zijn en met de eventuele verklaring die daarvoor is gegeven. Als de andere ouder geacht moet worden in eigen levensonderhoud te voorzien, kan de rechter in dat geval, zonder nader onderzoek naar diens draagkracht, ervan uitgaan dat de andere ouder ten minste voor de helft bijdraagt in de behoefte van de kinderen uit die andere relatie. De rechter moet zijn oordeel over (de hoogte van) de kinderbijdrage zodanig motiveren dat het voldoende inzicht geeft in de gedachtegang die daaraan ten grondslag ligt, teneinde dat oordeel voor zowel partijen als derden – de hogere rechter daaronder begrepen – controleerbaar en aanvaardbaar te maken. Cursussen binnenkort: |
