Ga direct naar uw vakgebied

spreker in de spotlight
mr. A.N. Labohm

mr. A.N. Labohm

Alexander Labohm is Senior Raadsheer bij het Hof Den Haag. Hij heeft vele publicaties op zijn naam staan, m.n. op het gebied van het personen- en familierecht.
spreker in de spotlight
mr. L.M. van der Sluis

mr. L.M. van der Sluis

Loes van der Sluis is arbeidsrechtadvocaat bij Berculo Advocaten in Utrecht. Zij is gespecialiseerd in het arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht. Daarnaast vormt (een deel van) het ondernemingsrecht haar werkterrein.

VAKnieuws

sorteer op datum sorteer op nummer  
 
22036

Toewijzing geslachtsaanduiding ‘X’ in geboorteakte

Rechtbank Noord-Holland, 08-02-2022 ECLI:NL:RBNHO:2022:2040
Jurisprudentie - Rechtsontwikkeling
Algemeen
1:28 BW, 1:28c BW, 8 EVRM
Rechtsvraag

Hoe dient de geslachtsaanduiding van een non-binair persoon te worden vastgelegd in de geboorteakte?

Overweging

De rechtbank deelt de overwegingen van de door [naam] naar voren gebrachte uitspraken van de rechtbanken Limburg, Noord-Nederland, Midden-Nederland, Rotterdam en Gelderland voor zover daarin een (trend naar) maatschappelijke en juridische erkenning van een neutrale geslachtelijke identiteit wordt aangenomen. Het amendement van het kamerlid [kamerlid] bevestigt deze trend naar erkenning.

In de bedoelde uitspraken wordt ervoor gekozen om (in een latere vermelding) in de geboorteakte op te nemen dat “het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld”.  

De rechtbank kan zich, net als de rechtbank Amsterdam, in de door de ambtenaar aangehaalde uitspraak, niet verenigen met deze oplossing. Van een situatie zoals beschreven in artikel 1:19d BW waarbij het geslacht van een kind om medische redenen onduidelijk is, is immers -zoals reeds vermeld in de tussenbeschikking van 6 mei 2021- geen sprake.

De rechtbank is – op gelijke wijze als de rechtbank Amsterdam, van oordeel dat het onderhavige verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding op dezelfde wijze dient te worden benaderd als die welke is omschreven in de artikelen 1:28a tot en met c BW, voor mensen die de - door een deskundige getoetste en onderschreven - overtuiging hebben tot “het andere geslacht” te behoren. Nu deze artikelen niet voorzien in de mogelijkheid om te kiezen voor een non-binaire geslachtsaanduiding, wordt naar het oordeel van de rechtbank een ongerechtvaardigd onderscheid wordt gemaakt tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben buiten de exclusief mannelijke of vrouwelijke geslachtsaanduiding te vallen (non-binair).  

Ook bezien in het licht van artikel 8 (bescherming van het recht op privéleven) van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) is ontzegging van een geslachtsregistratie overeenkomstig de innerlijke overtuiging in strijd met voormeld artikel 8. In 2003 heeft het EVRM reeds bevestigd, dat het recht op genderidentiteit en persoonlijke ontwikkeling een fundamenteel element van artikel 8 EVRM vormt en genderidentiteit één van de meest intieme aspecten van het privéleven en één van de meest wezenlijke elementen van zelfbeschikking vormt (EHRM 12 juni 2003, ECLI:EC:ECHR:2003:0612JUD003596897, Van Kück tegen Duitsland, par.69 en 73).


 
recent VAKnieuws
personen-, familie- en erfrecht
GGZ: horen bij verzoek om zorgmachtiging 17-06-2022
ECLI:NL:HR:2022:895
arbeidsrecht
Opzegging door werknemer met psychische gesteldheid 12-11-2021   ECLI:NL:HR:2021:1669
Overgang van onderneming 08-11-2021   ECLI:NL:GHAMS:2021:3163
Onderzoeksplicht werkgever 21-10-2021   ECLI:NL:GHSHE:2021:3189