personen-, familie- en erfrecht
VAKnieuws
Benadeling gemeenschapRechtsvraagHeeft de vrouw de gemeenschap benadeeld? OverwegingDe vrouw had tijdens het huwelijk een woning in Turkije in eigendom. De woning behoorde tot de huwelijksgemeenschap. De vrouw heeft de woning kort voor de ontbinding van de huwelijksgemeenschap overgedragen aan haar moeder en haar moeder heeft de woning aan een derde verkocht. De vrouw stelt dat partijen de woning hadden gefinancierd met een lening van haar moeder, en dat zij de woning aan haar moeder heeft overgedragen ter voldoening van die lening. Het hof oordeelt dat v an verzwijging, zoekmaking of verborgen houden ex artikel 3:194 lid 2 BW geen sprake kan zijn aangezien de huwelijksgoederengemeenschap nog niet was ontbonden op het moment van de overdracht van de woning door de vrouw. Anders gezegd: art. 3:194 lid 2 BW is alleen van toepassing op de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap (zie ook art. 3:189 lid 2 BW). Op de peildatum behoorde de woning echter niet meer tot de huwelijksgoederengemeenschap en kon dus ook geen sprake ervan zijn dat een goed behorend tot de gemeenschap opzettelijk is verzwegen, zoekgemaakt of verborgen is gehouden, zoals bedoel in art. 3:194 lid 2 BW. Het hof oordeelt dat de vrouw de gemeenschap wel heeft benadeeld in de zin van artikel 1:164 lid 1 BW, doordat zij de woning aan haar moeder heeft overgedragen zonder daarvoor een tegenprestatie ten goede te laten komen aan de huwelijksgoederengemeenschap. De door de vrouw gestelde lening bij haar moeder, met welke schuld de vordering tot betaling van een koopsom zou zijn verrekend, is, gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door de man, immers niet aangetoond. Door de vrouw zijn geen objectieve gegevens of verificatoire bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat de woning is aangeschaft met een lening bij haar moeder. Het hof veroordeelt de vrouw de aangerichte schade ter zake die benadeling aan de (inmiddels ontbonden) gemeenschap te vergoeden. Cursussen binnenkort: |
|
Zorgregeling ten tijde van mondelinge behandeling in hoger beroep alweer gewijzigd in eerste aanlegRechtsvraagKan het hof nog beslissen als de zorgregeling waartegen in hoger beroep is gekomen, in eerste aanleg al is gewijzigd? OverwegingDe moeder is in hoger beroep gekomen tegen onder meer een beslissing over de zorgregeling. Tegen de tijd dat haar verzoek in hoger beroep werd beoordeeld, was de zorgregeling in eerste aanleg al gewijzigd. Het hof stelt vast dat de zorgregeling waartegen hoger beroep is ingesteld niet langer geldt, maar dat de moeder nog wel belang heeft bij de beoordeling van haar hoger beroep. Het hof dient bij de beoordeling wel te kijken naar de feiten zoals zij op het moment van beoordelen zijn. Gelet op de gewijzigde omstandigheden, wijst het hof het verzoek van de moeder af. Cursussen binnenkort:Al onze cursussenCentrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise. Bekijken |
|
Beleggingsleer bij vergoedingsrechtenRechtsvraagMoet het vergoedingsrecht naar aanleiding van de aflossing op een schuld worden berekend aan de hand van de beleggingsleer op grond van artikel 1:87 lid 2 sub a BW of 1:87 lid 2 sub b BW? OverwegingIn de parlementaire geschiedenis staat vermeld dat in het geval van een vergoedingsrecht dat is ontstaan naar aanleiding van een aflossing op een geldlening die is aangegaan ten behoeve van de koop van een woning, de beleggingsleer ex artikel 1:87 lid 2 sub a BW moet worden toegepast. In dat geval moet de hoogte van het vergoedingsrecht worden berekend als volgt: (hoogte aflossing/waarde woning bij aangaan woning) x waarde woning bij verzilveren vergoedingsrecht. Het Hof Den Haag wijkt in deze zaak van de parlementaire geschiedenis is, en beslist dat de hoogte van het vergoedingsrecht volgens de letter van de wet moet worden berekend ex 1:87 lid2 sub b BW, als volgt: (hoogte aflossing/waarde woning op het moment van aflossing) x waarde woning bij verzilveren vergoedingsrecht. Het hof oordeelt dat wat in de parlementaire geschiedenis is overwogen afwijkt van de wettekst en niet juist is, en tot een onredelijke uitkomst leidt. Het hof verwijst naar het artikel van prof. mr. P.C. van Es, ‘Huwelijksvermogensrechtelijk beleggen met voorkennis’, in: J.H.M. ter Haar e.a. (red), Met grootse passen door het recht. Footprints in law (Ars Notariatus nr. 183), Deventer: Wolters Kluwer 2024/7. Cursussen binnenkort: |
|
Intended family lifeRechtsvraagIs de man ontvankelijk in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling? OverwegingDe man is de biologische vader van het kind, en er is nog nooit contact geweest tussen de man en het kind. Het kind is dertien jaar oud. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van family life in de zin van artikel 8 EVRM. H et hof beoordeelt daarom of sprake is van bijkomende feiten en omstandigheden, bestaande uit een duurzaam gebleken wens tot contact (intended family life), op grond waarvan het alsnog zou moeten onderzoeken of het belang van de minderjarige bij dat contact gebaat is. Het hof oordeelt dat daar geen sprake van is. De man heeft onvoldoende gesteld, en de vrouw heeft gemotiveerd betwist, dat er sprake is geweest van een vrijwillige gezamenlijke intentie tot het krijgen van een kind. De man heeft de vrouw mishandeld en is daarvoor veroordeeld. De vrouw is gevlucht toen zij er achter kwam dat zij zwanger was. De twee pogingen die de man in de afgelopen dertien jaar heeft gedaan om contact met het kind te krijgen, acht het hof onvoldoende. Cursussen binnenkort: |
|
Verdeling aandelen uit de huwelijksgemeenschapRechtsvraagHoe moeten de aandelen verdeeld worden en tegen welke waarde? OverwegingIn de ontbonden huwelijksgemeenschap vallen de aandelen in drie vennootschappen. De rechtbank heeft deze aandelen aan de man toegedeeld tegen een waarde van € 4.675.925,- onder de verplichting de helft van de waarde aan de vrouw te voldoen. De man komt daar tegen op in hoger beroep. Hij vindt dat de aandelen geen waarde hebben omdat de vennootschappen flinke schulden hebben. Een van de vennootschappen is failliet verklaard. De man verzoekt onder meer primair om de aandelen aan de vrouw toe te delen tegen een waarde van nul euro. De vrouw is het daar niet mee eens en vindt dat de bestreden beschikking op dat punt moet worden bekrachtigd, en dat bij vernietiging van de beschikking alsnog een deskundigenonderzoek moet worden gelast naar de waarde van de aandelen en de omvang van de schulden, en de vraag of die door de vennootschappen kunnen worden terugbetaald. Het hof deelt de aandelen toe aan de vrouw tegen een waarde van nul euro, onder de vermelding dat de vrouw als zij enig aandeelhouder is, zelf kan laten onderzoeken of de man als DGA wanbeleid heeft gevoerd en of er nog geld in de vennootschappen zit. Cursussen binnenkort: |
|
Verhouding voorlopige voorziening en bodemprocedure partneralimentatieRechtsvraagMoet de vrouw de - op grond van de voorlopige voorziening - te veel ontvangen partneralimentatie terugbetalen? OverwegingDe bij voorlopige voorziening vastgestelde partneralimentatie is hoger dan de partneralimentatie die het hof in de bodemprocedure vaststelt. Het hof stelt de partneralimentatie in de bodemprocedure vast met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand. Nu de voorlopige voorziening blijft gelden totdat de beslissing over de partneralimentatie in de bodemprocedure in kracht van gewijsde gaat, ontstaat er aan de zijde van de vrouw een terugbetalingsverplichting. Het hof oordeelt dat de vrouw de te veel ontvangen partneralimentatie niet hoeft terug te betalen omdat zij daar geen financiële ruimte voor heeft en omdat de ontvangen partneralimentatie haar behoeftigheid niet overschreed. Cursussen binnenkort: |
|
De niet-verzorgende ouder kan door hem betaalde kosten niet in mindering brengen op de kinderalimentatieRechtsvraagMag de vader door hem betaalde verblijfsoverstijgende kosten in mindering brengen op de kinderalimentatie? OverwegingHet hof oordeelt van niet. Als uitgangspunt geldt dat de ouder waar de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben, de verblijfsoverstijgende kosten betaalt. De ouders kunnen daar afwijkende afspraken over maken. In deze zaak is niet gebleken dat de ouders dat hebben gedaan. Er is daarom geen grond om de gemaakte kosten in mindering te brengen op de kinderalimentatie of om de zorgkorting te verhogen. Cursussen binnenkort: |
|
Samenwonen als het ware gehuwd niet aangetoondRechtsvraagWoont de vrouw samen met haar nieuwe partner, als het ware zij gehuwd? OverwegingDe man heeft gedurende tien maanden door een detectivebureau laten onderzoek of de vrouw samenwoont als het ware zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW. De man stelt dat de vrouw geen recht meer heeft op partneralimentatie omdat uit de bevindingen van de detective duidelijk volgt dat de vrouw samenwoont. Het hof oordeelt dat het detectiverapport onvoldoende aanknopingspunten biedt voor deze conclusie. Artikel 1:160 BW moet restrictief worden uitgelegd. De onderdelen wederzijdse verzorging en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding impliceren een zekere verstrengeling in die zin dat betrokkenen financieel en/of anderszins elkaar het nodige verschaffen. Daarvoor is onvoldoende dat is waargenomen dat de nieuwe partner een sleutel heeft van de woning, zich zo nu en dan ontfermt over de minderjarige, boodschappen meebrengt naar de woning van de vrouw, de vrouw en de minderjarige in de auto van de nieuwe partner meerijden, zij een keer samen op vakantie zijn geweest, en dat de nieuwe partner ook eet bij de vrouw. Dergelijke gedragingen passen immers ook binnen een duurzame affectieve relatie waarbij partijen elkaar niet wederzijds verzorgen of een gemeenschappelijke huishouding voeren. Cursussen binnenkort: |
|
O.a. partneralimentatie naar Zwitsers recht en wettelijke rente over de verrekenvorderingRechtsvraagHeeft de vrouw naar Zwitsers recht recht op partneralimentatie? En moet de man wettelijke rente betalen over de verrekenvordering? OverwegingHet hof beoordeelt naar Zwitsers recht of de vrouw recht heeft op partneralimentatie, en oordeelt dat zij daar geen recht op heeft omdat zij met inkomsten uit arbeid en inkomsten uit vermogen in haar eigen onderhoud kan voorzien. Daarnaast beoordeelt het hof (onder meer) of de man wettelijke rente moet betalen over de verrekenvordering. Het hof laat de wettelijke rente pas ingaan vanaf de datum van de beschikking van het hof. In de huwelijkse voorwaarden is niet bepaald wanneer de schuld uit hoofde van de vastgestelde verrekenvordering moet zijn betaald. Nu partijen geen uitvoering hebben gegeven aan het periodiek verrekenbeding is de verrekenvordering pas opeisbaar geworden op de peildatum. Nu niet uit de huwelijkse voorwaarden volgt dat partijen met betrekking tot de verrekening/betaling van de verrekeningsvordering een fatale termijn zijn overeengekomen en dit ook niet volgt uit een redelijke uitleg van de huwelijkse voorwaarden treedt het verzuim van de betalingsplichtige pas in op het moment dat hij in verzuim is gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij de betalingsplichtige een redelijke termijn voor de nakoming is gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft. De vrouw heeft voor het eerst op 16 april 2024 aanspraak gemaakt op de wettelijke rente met betrekking tot de verrekeningsvordering. Zelfs al zou het hof in de aanzegging van de wettelijke rente een ingebrekestelling lezen, dan heeft de vrouw de man nog steeds geen redelijke termijn gegeven waarbinnen de man moest betalen (art. 6:82 BW). Daarnaast oordeelt het hof dat de redelijkheid en billijkheid met zich mee brengen dat de man slechts de helft van de wettelijke rente moet voldoen, onder andere omdat het vermogen van de man voor het grootste gedeelte niet liquide is en ook na de beschikking van het hof de afwikkeling gelet op de complexiteit en de aard van de te gelden te maken vermogensbestanddelen, lang(er) op zich kan laten wachten. Dit leidt ertoe dat het hof de wettelijke rente vanaf datum van de beschikking zal halveren. Cursussen binnenkort: |
|
Correctie in draagkrachtberekening wegens lagere leefkosten in PolenRechtsvraagHoe moet de draagkracht van de man die in Polen woont worden berekend? OverwegingHet hof berekent de draagkracht van de man met toepassing van de tremanormen, met dien verstande dat het hof benoemt dat de kosten van levensonderhoud in Polen gemiddeld 40% lager liggen dan in Nederland, en daarom verlaagt het hof de post 'noodzakelijke kosten van levensonderhoud' met 40%. Cursussen binnenkort: |
|
ReparatiehuwelijkRechtsvraagIs het reparatiehuwelijk nietig wegens dwaling over de rechtsgevolgen daarvan? OverwegingPartijen zijn in het verleden getrouwd geweest in de wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Zij zijn gescheiden en ná 1 januari 2018 opnieuw getrouwd. Op grond van artikel 1:166 BW herleven de rechtsgevolgen van het eerste huwelijk. De man stelt dat partijen zich daar niet van bewust waren. Hij verzoekt primair nietig verklaring van het tweede huwelijk op grond van dwaling en subsidiair dat het huwelijksvermogen wordt verdeeld als het regime van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen van toepassing is op het huwelijksvermogen van partijen. Het hof wijst het verzoek tot nietig verklaring af. Van nietigheid wegens dwaling kan geen sprake zijn omdat artikel 1:71 BW enkel gaat over dwaling betreffende de persoon of dwaling betreffende de verklaring tot het sluiten van een huwelijk. In dit geval heeft de man echter gedwaald met betrekking tot de juridische gevolgen van het huwelijk voor het vermogen van partijen. Dwaling over de vermogensrechtelijke rechtsgevolgen van het huwelijk is geen dwaling in de zin van art 1:71 lid 2 BW. Cursussen binnenkort: |
|
Convenant over levenslange partneralimentatie ex-samenwonersRechtsvraagKan het convenant vernietigd worden? OverwegingDe man en de vrouw hebben een relatie gehad. Bij het einde van hun relatie in 2020 hebben zij een convenant opgesteld onder leiding van een notarieel mediator. Daarin zijn zij overeengekomen dat de vrouw levenslang partneralimentatie conform de tremanormen en daarbovenop nog aanvullende bijdragen aan de man zal betalen. Even daarna komt de vrouw er achter dat de man al sinds 2008 getrouwd was en pas in 2020 de scheiding heeft aangevraagd, in welke procedure hij verdeling van het huwelijksvermogen verzoekt en ook partneralimentatie. De vrouw wil het convenant vernietigen. Het hof oordeelt dat er geen grondslag is voor vernietiging van het convenant op grond van dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden. Het hof ziet ook geen grond voor wijziging. Cursussen binnenkort: |
