Ga direct naar uw vakgebied

spreker in de spotlight
mr. R. Chalmers Hoynck van Papendrecht

mr. R. Chalmers Hoynck van Papendrecht

Roderick Chalmers is IP advocaat bij AKD. Hij heeft een focus op het auteursrecht, modellenrecht, merkenrecht, handelsnaamrecht, onrechtmatige mededinging, juridische aspecten van brand development, productvormgeving en het opstellen van IP overeenkomsten.
spreker in de spotlight
mr. drs. M. Jeltes

mr. drs. M. Jeltes

Marije Jeltes is jurist, criminoloog en als docent en onderzoeker werkzaam bij de afdeling Jeugdrecht van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Tot 2019 was zij 13 jaar (jeugd)strafrechtadvocaat. Zij is tevens (kinder)rechter-plvv bij de rechtbanken Amsterdam en Rotterdam en lid van de afdeling Advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.

VAKnieuws 2021

sorteer op datum sorteer op nummer  
 
21051

Geen gezagsbeëindiging ook al ligt perspectief niet bij ouders

Rechtbank Amsterdam, 21-04-2021 ECLI:NL:RBAMS:2021:2007
Jurisprudentie - Geschilbeslechting
Gezag en omgang
1:266 BW, 8 EVRM
Rechtsvraag

Dient het gezag over een 17-jarige minderjarige te worden beëindigd gezien het perspectief dat niet bij de ouders ligt?

Overweging

Een belangrijk argument dat door de Raad en JBRA wordt aangedragen is dat er, gelet op de aanvaardbare termijn, duidelijkheid moet komen voor de ouders en [minderjarige] over zijn toekomstperspectief en dat een gezagsbeëindiging deze duidelijkheid schept, nu terugplaatsing bij de ouders niet meer aan de orde is. De rechtbank is echter van oordeel dat in het licht van de vereisten die voortvloeien uit artikel 8 EVRM gezagsbeëindiging niet noodzakelijk is om de gewenste duidelijkheid over het toekomstperspectief van een minderjarige te bewerkstelligen. Naar het oordeel van de rechtbank moet het dragen van de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding niet zodanig worden uitgelegd dat de minderjarige daadwerkelijk weer bij de ouders komt wonen. Onder bepaalde omstandigheden kan die verantwoordelijkheid ook op afstand worden uitgeoefend. In een situatie waarin ouders instemmen met een uithuisplaatsing van een minderjarige in een residentiele instelling, zonder dat sprake is van nieuwe opvoeders voor de minderjarige, en ouders meewerken aan de plaatsing en de hulpverlening terwijl zij op afstand betrokken blijven in het leven van de minderjarige, dragen zij op juiste wijze hun verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van hun zoon. 

Gelet op het bovenstaande concludeert de rechtbank dat een gezagsbeëindiging onder de huidige omstandigheden niet proportioneel is ten opzichte van het beoogde doel en daarmee niet voldoet aan art. 8 EVRM en niet in het belang van [minderjarige] is. De rechtbank wijst het verzoek van de Raad tot beëindiging van het gezag van de ouders dus af. Er loopt ten aanzien van [minderjarige] een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing en deze minder ingrijpende inbreuk op het gezinsleven volstaat in deze situatie. 


 
recent VAKnieuws
personen-, familie- en erfrecht
Kinderalimentatie en verdiencapaciteit 22-04-2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:1229
COVID-19 en verdiencapaciteit 21-04-2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:3651
arbeidsrecht
Slapend dienstverband 14-01-2021   ECLI:NL:GHSHE:2021:48
Mondkapjesplicht 13-01-2021   ECLI:NL:RBMNE:2021:51
Ontslag op staande voet, zero tolerance beleid 22-12-2020   ECLI:NL:RBROT:2020:11990