Ga direct naar uw vakgebied

spreker in de spotlight
drs. J.A.M. Hendriks

drs. J.A.M. Hendriks

Annelies Hendriks is ontwikkelingspsycholoog, met bijzondere belangstelling voor gezinssysteem theorie, in samenhang met de ontwikkelingsstadia van kinderen. Zij is MfN-registermediator, coach/kinderspecialist in overlegscheidingen en bijzonder curator. Zij heeft haar praktijk in Leiderdorp.
spreker in de spotlight
drs. A. van Rheenen

drs. A. van Rheenen

Adrianne van Rheenen is ortho-pedagoog/ GZ-psycholoog. Ze is werkzaam bij de Raad voor de Kinderbescherming, tevens geeft ze presentaties en cursussen aan gerechtelijke organisaties, universiteiten en organisaties binnen de jeugdzorg en gezondheidszorg. Ze zit in de redactieraad bij Right! Tijdschrift voor de Rechten van het Kind.

VAKnieuws 2021

sorteer op datum sorteer op nummer  
 
21016

Prejudiciƫle vraag over toepassing huwelijksvoorwaarden naar Iraans recht

Gerechtshof Den Haag, 03-02-2021 ECLI:NL:GHDHA:2021:168
Jurisprudentie - Rechtseenheid
Procesrecht
10:6 BW
Rechtsvraag

Prejudiciële vraag: verzet het Nederlands recht zich tegen toepassing van een in Iran rechtsgeldige huwelijksvoorwaarde dat de vrouw in bepaalde gevallen maar recht heeft op de helft?

Overweging

Onder verwijzing naar de beschikking van 9 december 2020 zal het hof de Hoge Raad vragen bij wijze van prejudiciële beslissing de volgende rechtsvragen te beantwoorden.

- Verzet de Nederlandse openbare orde, zoals bedoeld in artikel 10:6 BW, zich tegen de toepassing van een clausule uit de – naar Iraans recht rechtsgeldige – huwelijkse voorwaarden van de echtgenoten, waarin is bepaald dat de vrouw slechts aanspraak kan maken op de helft van het huwelijkse vermogen van de man wanneer (i) de echtscheiding niet door haar is verzocht en (ii) de rechter niet heeft vastgesteld dat de echtscheiding het gevolg is van de weigering van de vrouw haar huwelijkse verplichtingen na te komen of van immoreel gedrag van de vrouw? 

- Voor het geval het antwoord op voormelde vraag bevestigend is, welke gevolgen heeft dat voor het huwelijksvermogensregime van partijen: gelden in dat geval de huwelijkse voorwaarden met uitzondering van het gewraakte onderdeel (waardoor de vrouw recht heeft op de helft van het huwelijkse vermogen van de man, ongeacht wie om echtscheiding heeft verzocht en ongeacht de schuldvraag) of blijven de huwelijkse voorwaarden in hun geheel buiten toepassing (waardoor het wettelijke stelsel van algehele scheiding naar Iraans recht herleeft en de vrouw geen recht heeft op het huwelijkse vermogen van de man, ook als de echtscheiding door de man is verzocht en de vrouw geen schuld heeft aan de echtscheiding)?


 
21007

Geen grond voor wijziging kinderalimentatie, gebondenheid aan convenant

Gerechtshof Den Haag, 05-08-2020 ECLI:NL:GHDHA:2020:2564
Jurisprudentie - Geschilbeslechting
Alimentatie
1:401 lid 5 BW
Rechtsvraag

Is er sprake van gewijzigde omstandigheden die herbeoordeling van de kinderalimentatie rechtvaardigt gelet op de vastgestelde behoefte van de kinderen waar de kinderbijslag in is verdisconteerd terwijl de vrouw deze niet ontvangt?

Overweging

Voor zover de vrouw zich in het kader van de kinderalimentatie/alimentatie jongmeerderjarige beroept op artikel 1:401 lid 5 BW in die zin dat partijen de behoefte van de kinderen destijds met grove miskenning van de wettelijke maatstaven zouden hebben vastgesteld, overweegt het hof als volgt. In artikel 7.2 van het ouderschapsplan van het ouderschapsplan is opgenomen:  “In verband met de omstandigheid dat de man van zijn werkgever toeslagen ontvangt voor de verzorging, opvoeding en studie van de kinderen doen partijen geen aanvraag voor kinderbijslag, nu deze in mindering komt op de genoemde toeslagen.”  Naar het oordeel van het hof volgt hieruit dat partijen bij het bepalen van de behoefte van de kinderen wel degelijk rekening hebben gehouden met de (financiële effecten van) kinderbijslag en daarover een duidelijke afspraak hebben gemaakt. Partijen zijn in artikel 7 van het convenant overeengekomen geen kinderbijslag aan te vragen en de aldus gemiste bedragen te compenseren met de toeslagen die de man ten behoeve van de kinderen van zijn werkgever ontvangt en doorbetaalt aan het (jong)meerderjarige uitwonende kind dan wel stort op de kinderrekening van partijen. Daarnaast blijkt uit artikel 1.2 van het echtscheidingsconvenant dat bij de draagkracht van de man rekening is gehouden met deze toeslagen; de (hoogte van de) partneralimentatie is mede gebaseerd op de zogenoemd ‘dep. child allowance’. Van een grove miskenning van de wettelijk maatstaven ter zake is derhalve in het geheel niet gebleken. Het hof gaat voorbij aan de stelling van de vrouw welke eerst ter terechtzitting in hoger beroep is opgeworpen dat zij ten tijde van het opstellen van het convenant in een moeilijke periode verkeerde en dat veel van het besprokene aan haar voorbij is gegaan. Nog afgezien daarvan dat die stelling te laat is opgeworpen en vervolgens is weersproken geldt dat de vrouw iedere bladzijde van het convenant heeft geparafeerd en het convenant vervolgens ondertekend. Indien zij niet wist waarover het convenant ging of het niet eens was met de inhoud, had zij moeten afzien van ondertekening daarvan. Nu zij het convenant heeft ondertekend, is zij aan de daarin opgenomen afspraken, waaronder die ter zake van de behoefte van de kinderen, gebonden.


 
recent VAKnieuws
personen-, familie- en erfrecht
Kinderalimentatie en verdiencapaciteit 22-04-2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:1229
COVID-19 en verdiencapaciteit 21-04-2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:3651
arbeidsrecht
Slapend dienstverband 14-01-2021   ECLI:NL:GHSHE:2021:48
Mondkapjesplicht 13-01-2021   ECLI:NL:RBMNE:2021:51
Ontslag op staande voet, zero tolerance beleid 22-12-2020   ECLI:NL:RBROT:2020:11990