VAKnieuws
Erkenning van op 12-jarige leeftijd in Eritrea gesloten huwelijkRechtsvraagKan het huwelijk erkend worden nu het huwelijk in Eritrea is gesloten toen de vrouw 12 jaar oud was? OverwegingDe vrouw heeft de echtscheiding verzocht. De rechtbank moet eerst beoordelen of het huwelijk kan worden erkend. De rechtbank concludeert dat het huwelijk naar Eritrees recht rechtsgeldig is geworden doordat de vrouw en de man na haar meerderjarigheid getrouwd zijn gebleven. Doordat het huwelijk is gesloten toen de vrouw 12 jaar was, is het huwelijk in beginsel niet voor erkenning vatbaar. De rechtbank erkent het huwelijk alsnog omdat de vrouw op meerderjarige leeftijd voor de Nederlandse burgerlijke stand onder ede heeft verklaard dat zij was gehuwd met de man. Daaruit maakt de rechtbank op dat de vrouw op dat moment, terwijl zij al meerderjarig was, het huwelijk erkend wilde zien. Cursussen binnenkort: |
|
Ambtshalve beslissing contactregelingRechtsvraagKan het hof de contactregeling beëindigen terwijl de moeder in hoger beroep juist om een ruimere contactregeling verzoekt? OverwegingHet kind staat onder toezicht en is uit huis geplaatst. In eerste aanleg is een contactregeling vastgelegd waarbij de moeder het kind eens per acht weken maximaal een uur kan zien onder begeleiding. De moeder komt daartegen in hoger beroep. Zij wil een ruimere regeling. Gelet op het verweer van de GI, waar nieuwe feiten en omstandigheden uit blijken, maakt het hof gebruik van de ambtshalve bevoegdheid uit artikel 1:265f BW om een regeling vast te stellen die het hof noodzakelijk vindt in het belang van het kind. En die regeling houdt in dat er voorlopig geen enkel contact plaatsvindt, totdat de moeder voldoet aan door de GI te stellen voorwaarden. Cursussen binnenkort:Al onze cursussenCentrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise. Bekijken |
|
Screening pleeggezinRechtsvraagVraag 1 Is het, gelet op het in de tussenbeschikking van 16 juli 2024 ten aanzien van het toepasselijke verdragsrecht en het wettelijk kader overwogene, mogelijk om een kind toch in een pleeggezin te plaatsen als geen pleegzorgscreening heeft plaatsgevonden, die screening niet positief is of wanneer de pleegzorgaanbieder tot de slotsom komt dat de plaatsing grote veiligheidsrisico's voor een kind met zich brengt en daarom geen verantwoordelijkheid voor die plaatsing wil dragen? Vraag 2 De rechter constateert dat in de huidige voogdijregeling een effectief rechtsmiddel om geschillen over de uitvoering van de voogdij aan de rechter voor te leggen, ontbreekt. Moet in geval van een zodanig geschil de rechter naar analogie art. 1:253a dan wel 1:377a BW toepassen, of is sprake van een zodanig hiaat in de huidige voogdijregeling dat dit de rechtsvormende taak van de rechter overstijgt en de wetgever in dit hiaat moet voorzien? OverwegingBeantwoording vraag 1: De Hoge Raad oordeelt kort gezegd dat een negatieve uitkomst van de screening van het pleeggezin door de pleegzorgaanbieder niet als zodanig in de weg staat aan plaatsing van het kind bij dat gezin. De uitkomst van de screening zal voor de gecertificeerde instelling bij de bepaling van de verblijfplaats van het kind en voor de rechter bij het beslissen op het verzoek tot het verlenen of verlengen van een machtiging uithuisplaatsing wel een rol spelen maar ook andere informatie kan een rol spelen. De GI en de rechter moeten de veiligheid van het kind voorop stellen. Beantwoording vraag 2: De wet biedt voor de ouders zonder gezag geen regeling met betrekking tot geschillen over de uitvoering van de voogdij. Dat is geen hiaat in de wet waar de rechter in zou moeten voorzien.
Cursussen binnenkort: |
|
X-registratieRechtsvraagDe rechtbank Noord-Nederland heeft prejudiciële vragen gesteld over de mogelijkheid van wijziging en/of aanvulling van de geslachtsregistratie naar een non-binaire geslachtsregistratie, onder verwijzing naar de eerdere prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 4 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:336). OverwegingWederom ziet de Hoge Raad af van beantwoording van de prejudiciële vragen, omdat er nog geen wetgeving over non-binaire en/of geslachtsneutrale geslachtsregistratie bestaat en de Hoge Raad in de ontwikkelingen sinds de prejudiciële beslissing van 4 maart 2022 geen aanleiding ziet om nu anders te beslissen. Cursussen binnenkort: |
|
Verdeling aandelen uit de huwelijksgemeenschapRechtsvraagHoe moeten de aandelen verdeeld worden en tegen welke waarde? OverwegingIn de ontbonden huwelijksgemeenschap vallen de aandelen in drie vennootschappen. De rechtbank heeft deze aandelen aan de man toegedeeld tegen een waarde van € 4.675.925,- onder de verplichting de helft van de waarde aan de vrouw te voldoen. De man komt daar tegen op in hoger beroep. Hij vindt dat de aandelen geen waarde hebben omdat de vennootschappen flinke schulden hebben. Een van de vennootschappen is failliet verklaard. De man verzoekt onder meer primair om de aandelen aan de vrouw toe te delen tegen een waarde van nul euro. De vrouw is het daar niet mee eens en vindt dat de bestreden beschikking op dat punt moet worden bekrachtigd, en dat bij vernietiging van de beschikking alsnog een deskundigenonderzoek moet worden gelast naar de waarde van de aandelen en de omvang van de schulden, en de vraag of die door de vennootschappen kunnen worden terugbetaald. Het hof deelt de aandelen toe aan de vrouw tegen een waarde van nul euro, onder de vermelding dat de vrouw als zij enig aandeelhouder is, zelf kan laten onderzoeken of de man als DGA wanbeleid heeft gevoerd en of er nog geld in de vennootschappen zit. Cursussen binnenkort: |
|
Gezamenlijk gezag gelijktijdig met vervangende toestemming erkenningRechtsvraagKan de rechter bij de verlening van vervangende toestemming tot erkenning van een kind, gelijktijdig het gezamenlijk gezag over dat kind toekennen? OverwegingHet hof heeft aan de man vervangende toestemming verleend tot erkenning van het kind, en daarbij direct ook onder opschortende voorwaarde van inschrijving van die erkenning in de registers van de burgerlijke stand, bepaald dat de man samen met de moeder van het kind het ouderlijk gezag zal uitoefenen. De moeder klaagt in cassatie dat het hof niet had kunnen beslissen over het gezag, omdat op grond van artikel 1:253c lid 1 BW een verzoek tot toekenning van al dan niet gezamenlijk gezag over een kind alleen kan worden gedaan door de tot het gezag bevoegde ouder van het kind. De moeder betoogt dat zolang het kind niet is erkend, er geen tot gezag bevoegde ouder is, en het verzoek tot toekenning van al dan niet gezamenlijk gezag niet kan worden gedaan en niet inhoudelijk kan worden behandeld. De Hoge Raad oordeelt dat de wet er niet aan in de weg staat dat een ouder die vervangende toestemming tot erkenning verzoekt, gelijktijdig een verzoek doet over het ouderlijk gezag. De rechter zal wel eerst het verzoek betreffende de erkenning moeten beoordelen. Daarnaast moet bij toewijzing van beide verzoeken voorkomen worden dat er gezamenlijk gezag tot stand komt terwijl de erkenning niet daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Dat kan door de vervangende toestemming tot erkenning in een tu ssenbeschikking toe te wijzen, of zoals het hof heeft gedaan met een opschortende voorwaarde. Cursussen binnenkort: |
|
Beëindiging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing na vier jaarRechtsvraagIs er nog grond voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing? OverwegingDe minderjarige woont al vier jaar in een pleeggezin. Volgens de vorige GI had de minderjarige zijn perspectief bij de pleegmoeder. De pleegmoeder is ernstig ziek en de minderjarige kan daar niet lang meer blijven. De nieuwe GI heeft positieve ervaringen met de moeder en ziet geen zorgen rondom het contact en haar opvoedvaardigheden meer. De nieuwe GI wil een nieuw perspectiefonderzoek uitvoeren, maar is daar door interne omstandigheden nog niet aan toe gekomen. Het hof vernietigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. De minderjarige kan volgens het hof weer bij de moeder wonen. De ondertoezichtstelling wordt praktisch al langere tijd niet meer uitgevoerd en de GI heeft niet duidelijk kunnen maken waarom overplaatsing naar een ander pleeggezin de voorkeur heeft boven terugplaatsing bij de moeder. Cursussen binnenkort: |
|
Motiveringsplicht Wvggz zakenRechtsvraagMoet een kortdurende verlenging, onder aanhouding van de beslissing voor het overige uitgebreid worden gemotiveerd? OverwegingDe Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank bij het verlen(g)en van een machtiging tot verplichte zorg altijd moet motiveren dat voor de vormen van verplichte zorg waarvoor de machtiging wordt verleend, is voldaan aan de criteria voor en het doel van verplichte zorg. Daarbij geldt dat de rechter mag volstaan met een verwijzing naar de medische verklaring en de overige aan het verzoek ten grondslag liggende stukken indien daaruit voldoende duidelijk blijkt dat is voldaan aan de criteria voor en het doel van de verplichte zorg. Dit geldt ook als de machtiging slechts voor korte duur wordt verlengd onder aanhouding van de beslissing over de verdere verzochte duur. |
|
Betrokkene gehoord in onjuiste taalRechtsvraagVoldoet het onderzoek van de psychiater aan de wettelijke maatstaven? OverwegingUit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt, mede gelet op art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM, dat geen zorgmachtiging mag worden verleend indien de medische verklaring die ten grondslag ligt aan het daartoe strekkende verzoek niet voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen. De rechtbank moet ambtshalve onderzoeken of aan de wettelijke vereisten is voldaan. De psychiater heeft betrokkene tijdens het onderzoek laten bijstaan door een Somalische tolk. Betrokkene zou daar zelf om gevraagd hebben. Betrokkene spreekt echter Dari en komt niet uit Somalië. Daardoor staat onvoldoende vast of betrokkene is gehoord in een taal die hij begrijpt. De Hoge Raad vernietigt de beschikking. |
|
Samenhang echtscheiding en nevenverzoekenRechtsvraagMocht de echtscheiding worden uitgesproken onder aanhouding van de beslissing op de nevenverzoeken? OverwegingDe rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en de beslissingen op de nevenverzoeken aangehouden. De vrouw komt daartegen in hoger beroep. Zij is ernstig ziek en terminaal. Zij stelt dat zij er daarom belang bij heeft dat de echtscheiding pas wordt uitgesproken wanneer gelijktijdig kan worden beslist op de nevenverzoeken. De man stelt dat hij juist belang heeft bij het direct uitspreken van de echtscheiding, omdat de vrouw terminaal is. Het hof oordeelt dat door de vrouw onvoldoende bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd, waardoor de band tussen het verzoek tot echtscheiding en de verzochte nevenvoorzieningen zou moeten worden hersteld door tezelfdertijd te beslissen op die verzoeken. Cursussen binnenkort: |
|
Hoger beroep tegen schorsing tenuitvoerleggingRechtsvraagHeeft de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van de beschikking over de kinder- en partneralimentatie terecht geschorst in afwachting van het hoger beroep tegen die beschikking? OverwegingDe voorzieningenrechter heeft de tenuitvoerlegging van de beschikking over de kinder- en partneralimentatie geschorst in afwachting van het hoger beroep tegen die beschikking. De vrouw is in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de voorzieningenrechter. Het hof oordeelt, anders dan de voorzieningenrechter, dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat hij in een noodsituatie komt als de tenuitvoerlegging niet wordt geschorst. Dat hij in loondienst een lager inkomen heeft dan toen hij als zzp'er werkte betekent niet per se dat hij niet aan zijn onderhoudsverplichtingen kan voldoen. De man moet zijn noodsituatie aantonen, onder meer door inzicht te verschaffen in zijn vermogenspositie. Cursussen binnenkort: |
|
Wvggz: opstellen eigen plan van aanpakRechtsvraagIs de officier van justitie niet-ontvankelijk als hij de betrokkene niet in de gelegenheid heeft gesteld een eigen plan van aanpak te maken? En is een medische verklaring vereist indien de rechter de betrokkene in de gelegenheid stelt een eigen plan van aanpak te maken? OverwegingDe Hoge Raad oordeelt dat het feit dat de officier van justitie de betrokkene niet voor het indienen van het verzoek in de gelegenheid heeft gesteld een eigen plan van aanpak te maken en zich daarbij te laten bijstaan door familieleden, niet leidt tot niet-ontvankelijk. De Wvggz verbindt geen sanctie aan het niet voldoen aan deze informatieplicht uit artikel 5:4 lid 2, aanhef en onder a respectievelijk c, Wvggz. In casu heeft betrokkene alsnog zelf een plan van aanpak ingediend. Een dergelijk geval moet op één lijn worden gesteld met het in art. 6:2 lid 3 Wvggz bedoelde geval waarin de rechter de betrokkene in de gelegenheid stelt zelf een plan van aanpak op te stellen. Op grond van artikel 5:8 Wvggz moet dan een nieuwe medische verklaring van een onafhankelijke psychiater worden opgesteld ter beoordeling van het plan van aanpak. Dat is in casu niet gebeurd. De verklaringen van de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige en de casemanager ter zitting volstaan daartoe niet. De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank. |
