Ga direct naar uw vakgebied

spreker in de spotlight
mr. M.J. Vos

mr. M.J. Vos

Marja Vos is Raadsheer bij het Hof Arnhem-Leeuwarden. Zij behandelt daar strafzaken, in het bijzonder jeugdstrafzaken. Tevens is zij redactiesecretaris van de Nederlandse Jurisprudentie.
spreker in de spotlight
mr. dr. M.L.C.C. Lückers

mr. dr. M.L.C.C. Lückers

Myriam Lückers is AG bij de Hoge Raad. Voorheen was zij senior-raadsheer bij het Hof Den Haag en voorzitter Team strafrecht, voorzitter Team Familierecht, rechter bij de rechtbank Rotterdam (sector straf) en kinderrechter. Zij heeft veel publicaties op haar naam staan op het gebied van het jeugdstrafrecht en familierecht. Tevens lid van de EB redactie.

VAKnieuws 2021

sorteer op datum sorteer op nummer  
 
21068

GGZ: schadevergoeding wegens door de officier te laat ingediend verzoek

Rechtbank Noord-Holland, 29-04-2021 ECLI:NL:RBNHO:2021:4082
Jurisprudentie - Geschilbeslechting
GGZ
10:12, 6:6 Wvggz
Rechtsvraag

Is er reden schadevergoeding toe te kennen nu de officier gelet op artikel 6:6 Wvggz te laat een verzoek om een opvolgende zorgmachtiging heeft ingediend, maar betrokkene niet zonder een titel in de accommodatie heeft verbleven?

Overweging

Op 24 september 2020 is door de rechtbank Noord-Holland een zorgmachtiging verleend, die geldig was tot en met 24 maart 2021. Een verzoekschrift voor een aansluitende zorgmachtiging had daarom op grond van artikel 6:6 Wvggz uiterlijk op 24 februari moeten zijn ingediend. De officier van justitie heeft op 5 maart 2021 een verzoekschrift zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging ingediend. De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie het verzoek negen dagen te laat heeft ingediend. 

De rechtbank is van oordeel dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij schade heeft geleden. Dat verzoekster vanwege de door haar gestelde feiten en omstandigheden schade heeft geleden, is door de officier van justitie niet betwist. Verzoekster heeft daarom recht op schadevergoeding. 

De rechtbank houdt bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding rekening met de ernst van de normschending en de gevolgen hiervan voor verzoekster.

Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen onder meer de volgende situaties:

a.    opneming in een accommodatie zonder geldige titel;

b.   andere verplichte zorg zonder geldige titel;

c.    een termijnoverschrijding ingeval van rechtmatig gedwongen verblijf in een accommodatie;

d.   een termijnoverschrijding ingeval van verblijf buiten een accommodatie of op basis van een vrijwillig verblijf in een accommodatie.

De hoogte van de schadevergoeding kan variëren al naar gelang de situatie die zich voordoet, waarbij tevens van belang kan zijn of de normschending op andere wijze is gecompenseerd, bijvoorbeeld door een evenredige verkorting van de termijn waarvoor een (aansluitende) zorgmachtiging is verleend of door instemming van betrokkene met een overschrijding van de termijn.

In de hiervoor onder a genoemde situatie ligt het meer dan in de andere situaties voor de hand om aansluiting te zoeken bij de standaardbedragen die in het strafrecht worden toegekend voor ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis. Die situatie deed zich in dit geval echter niet voor en de rechtbank volgt verzoekster daarom niet in haar standpunt ten aanzien van de hoogte van de vergoeding. Verzoekster verbleef in de accommodatie op grond van een nog geldige zorgmachtiging. Niet gebleken is dat verzoekster heeft ingestemd met een overschrijding van de termijn of van een compensatie van de normschending op andere wijze. Onder die omstandigheden acht de rechtbank een vergoeding van € 10,- per dag billijk en de rechtbank zal daarom een vergoeding van in totaal € 90,- toekennen.


 
recent VAKnieuws
personen-, familie- en erfrecht
Motivering van alimentatieberekening 18-06-2021
ECLI:NL:HR:2021:949
arbeidsrecht
Verworven recht 25-05-2021   ECLI:NL:GHDHA:2021:1137
Ontslag op h-grond 11-05-2021   ECLI:NL:GHAMS:2021:1369
Geen recht op volledige loondoorbetaling bij ziekte 10-05-2021   ECLI:NL:GHARL:2021:4465