Ga direct naar uw vakgebied

4
 
type: middag
niveau: verdieping
datum: 1 december 2020
goed voor: 4 punten
ontvangst vanaf: 13.00 uur
starttijd: 13.30 uur
eindtijd: ca. 17.45 uur
locatie
 
 

Eenhoorn

Barchman Wuytierslaan 2

3818 LH Amersfoort


routebeschrijving

spreker
mr. A.N. Labohm

mr. A.N. Labohm

Alexander Labohm is Senior Raadsheer bij het Hof Den Haag. Hij heeft vele publicaties op zijn naam staan, m.n. op het gebied van het personen- en familierecht.

Samenloop vergoedingsrechten: ex art.1:87 BW en 1:95 A BW en periodiek verrekenbeding

Hoe gaat u hiermee om?

omschrijving

Vergoedingsrechten die gebaseerd zijn op artikel 1:87 BW kunnen zich voordoen bij:

  1. huwelijkse voorwaarden,
  2. de algehele gemeenschap van goederen, de beperkte gemeenschap van goederen. Het vergoedingsrecht art 1:95 A heeft sinds 1 januari 2018 directe werking en kan van belang zijn voor menig ondernemer die getrouwd is onder huwelijkse voorwaarden.

 

Als partijen getrouwd zijn onder huwelijkse voorwaarden - inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen maar tevens omvat de huwelijkse voorwaarden een periodiek verrekenbeding –  dan kan er een samenloop ontstaan tussen verrekenen en verdelen. Denk aan de situatie dat partijen een woonhuis in mede-eigendom hebben. De woning kan gefinancierd zijn met niet te verrekenen vermogen en met wel te verrekenen vermogen. Echtgenoot A kan privévermogen geïnvesteerd hebben in het huis van B. Voorts kan het huis van B gefinancierd zijn met overgespaarde inkomsten. Vele complexe situaties zijn denkbaar bij een samenloop van privévermogen en te verrekenvermogen. De inhoud van huwelijkse voorwaarden zijn en blijven belangrijk. Wat zijn de echtgenoten met elkaar overeengekomen? Hebben de echtgenoten in hun huwelijkse voorwaarden een afwijkende bepaling opgenomen met betrekking tot art 1:87 BW. 

 

De Hoge Raad heeft op 5 april 2019 een belangrijk arrest gewezen op het gebied van vergoedingsrechten met betrekking tot echtgenoten die in de algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Als een echtgenoot onder een uitsluitingsclausule een erfenis krijgt en het geld vloeit in de gemeenschap dan ontstaat van rechtswege het vergoedingsrecht. De andere echtgenoot dient dan feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen dat er geen aanspraak kan worden gemaakt op het vergoedingsrecht. Deze uitspraak is eveneens van groot belang voor echtgenoten waarvoor geldt de Wet beperking van de wettelijke gemeenschap van goederen. Uit het arrest van de Hoge Raad van 10 mei 2019 – informeel samenwonende – volgt dat boek 1 van het BW niet van toepassing is op samenwonende en dus ook niet art 1:87 BW. Als de ene partner geld investeert in het huis van de ander dient aan de hand van het algemene vermogensrecht te worden vastgesteld of er een vergoedingsrecht is. Door met elkaar te gaan samenwonen ontstaat er een rechtsbetrekking met alle gevolgen van dien.

 

Door de beleggingsleer van art 1:87 BW is de problematiek rond vergoedingsrechten belangrijk geworden. Vergoedingsrechten spelen een essentiële rol bij het bepalen van de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen.

Bij het bepalen van de omvang van de wettelijke gemeenschap is van belang:

a) of goederen en schulden aan één der echtgenoten verknocht zijn;

b) of goederen onder een uitsluitingsclausule zijn verkregen;

c) of er vergoedingsrechten zijn.

Vergoedingsrechten komen eveneens aan de orde bij de uitwerking van huwelijkse voorwaarden.  In veel huwelijkse voorwaarden is een bepaling opgenomen met betrekking tot vergoedingsrechten.

 

Er zijn verschillende soorten vergoedingsrechten:

  1.  de ene echtgenoot heeft jegens de andere echtgenoot een vergoedingsrecht op basis van de kosten van de huishouding;
  2.  de ene echtgenoot heeft jegens de wettelijke gemeenschap van goederen een vergoedingsrecht omdat hij/zij met privévermogen heeft geïnvesteerd in een gemeenschapsgoed;
  3.  de ene echtgenoot heeft jegens een andere echtgenoot een vergoedingsrecht omdat hij/zij privévermogen heeft geïnvesteerd in het vermogen van de andere echtgenoot.
  4.  de voorhuwelijkse onderneming en art 1:95 A BW

 

In de cursus wordt ook ingegaan op het leerstuk van zaaksvervanging art 1:95 BW en de natuurlijke verbintenis. Wanneer is er sprake van zaaksvervanging en wanneer is naar objectieve maatstaven voldaan een natuurlijke verbintenis. Een natuurlijke verbintenis kan verhinderen dat de ene echtgenoot jegens de andere echtgenoot een vergoedingsrecht kan inroepen. Bij de behandeling van vergoedingsrechten is het verbintenissenrecht van belang.

 

In deze cursus staat het praktijkgericht onderwijs centraal. Voorts is het onderwijs gericht op methodisch denken. Aan de hand van de methodologie kan ieder probleem worden opgelost. Aan de hand van 10 minuten vragen en aan de hand van korte casuïstiek geven we de cursist inzicht in problematiek van vergoedingsrechten en her peiodiek verrekenbeding.

 

doelgroep

Advocaten
Advocaten-mediators
Notarissen
(Kandidaat-)notarissen

prijs

Het inschrijfbedrag bedraagt € 340,- per persoon (excl. btw).

In deze prijs is inbegrepen de koffie, thee en de catering zoals in het programma vermeld.

punten

Deze cursus biedt 4 onderwijs-uren en is daarmee goed voor 4 juridische punten.
KNB
Aan deze cursus zijn ook 4 KNB punten toegekend